Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER2137

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Dry laquais van den heer van Beverwaert, door de eersugt ingenoomen, spanden t' samen, seggende dat het beeter was dat ider haer fortuyn socht en sach hoever ider sich sou avanceeren als een heer te dienen, waervan sij, hoewel goedaerdig genoeg, geen avancement als dat van laquay te verwachten hadden. Sij dan ontsloegen sich van sijn dienst en trocken heen. Den ersten ging naer Oost-Indien, alwaer hij hem soo wel queet, dat van d'Indianen tot coninck wiert geworden. Den tweeden begaf sich tot de wapenen in dienst van den prince van Orangne, alwaer hij sich soo courageux toonde dat in 't kort een colonelsplaets verkreeg. Den derden begaf sich desgelijcks tot de wapenen n dinst van den coning van Vranckrijck, alwaer door sijn trouwe dienst van den coninck tot Marschalck van Vranckrijck gemaeckt wierdt. Dese laquay hadt in 't eerst Petit Jan geheten, daerna Monsieur Petit Jan, daernaer monseigneur Petit Jan, in 't leste le Mareschal de Petit Jean.

Beschrijving

Drie lakeien gaan bij hun heer weg om hun geluk te beproeven. De eerste wordt koning van Oost-Indie, de tweede wordt kolonel onder de prins van Oranje en de derde wordt maarschalk van de koning van Frankrijk. Daar wordt hij uiteindelijk 'bekende schelm' genoemd.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Overig in Tekst

(heer van) Beverwaard    (heer van) Beverwaard   

(prins van) Orangne    (prins van) Orangne   

(prins van) Oranje    (prins van) Oranje   

(koning van) Frankrijk    (koning van) Frankrijk   

Petit Jan    Petit Jan   

Petit Jean    Petit Jean   

Naam Locatie in Tekst

Oost-Indie    Oost-Indie   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20