Hoofdtekst
Dry laquais van den heer van Beverwaert, door de eersugt ingenoomen, spanden t' samen, seggende dat het beeter was dat ider haer fortuyn socht en sach hoever ider sich sou avanceeren als een heer te dienen, waervan sij, hoewel goedaerdig genoeg, geen avancement als dat van laquay te verwachten hadden. Sij dan ontsloegen sich van sijn dienst en trocken heen. Den ersten ging naer Oost-Indien, alwaer hij hem soo wel queet, dat van d'Indianen tot coninck wiert geworden. Den tweeden begaf sich tot de wapenen in dienst van den prince van Orangne, alwaer hij sich soo courageux toonde dat in 't kort een colonelsplaets verkreeg. Den derden begaf sich desgelijcks tot de wapenen n dinst van den coning van Vranckrijck, alwaer door sijn trouwe dienst van den coninck tot Marschalck van Vranckrijck gemaeckt wierdt. Dese laquay hadt in 't eerst Petit Jan geheten, daerna Monsieur Petit Jan, daernaer monseigneur Petit Jan, in 't leste le Mareschal de Petit Jean.
Beschrijving
Drie lakeien gaan bij hun heer weg om hun geluk te beproeven. De eerste wordt koning van Oost-Indie, de tweede wordt kolonel onder de prins van Oranje en de derde wordt maarschalk van de koning van Frankrijk. Daar wordt hij uiteindelijk 'bekende schelm' genoemd.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
(heer van) Beverwaard   
(prins van) Orangne   
(prins van) Oranje   
(koning van) Frankrijk   
Petit Jan   
Petit Jean   
Naam Locatie in Tekst
Oost-Indie   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
