Hoofdtekst
De patres Jesuitai, tot Romen willende een nieuwe kerck timmeren, versogten den prince Pamphilio daertoe het frontispicium te willen geven, 'twelck hij geerne deed als sijnde van weynig kosten. Hierop gaen de Jesuiten nae den paus, seggende dat den prince Pamphilio haer 't faveur hadde gadean van haer een kerck te willen bouwen, en versochten dieswegen Sijn Heyligheyt hem daervoor te willen bedancken. Den paus ontbiedt den prins en segt dat seer verblijt was over sijnen ijver tot de heylige kerck, alsoo [hij] belooft hadde een kerck voor de Jesuiten te willen bouwen en dat hij en de heylige kerck hem daervoor verplicht waeren. Den prince dorst niet seggen dat [hij] 'tselve niet souw belooft hebben, en soo was daeraen vast om een nieuwe kerck op sijne kosten te laeten timmeren.
Beschrijving
Als er een nieuwe kerk gebouwd moet worden, richten de Jezuïeten zich tot prins Pamphilio met de vraag of hij het frontispies wil betalen. De prins denkt er met een goedkope taak af te komen en gaat op het verzoek in. Echter, later verwacht de paus dat hij alle kosten voor de bouw van de kerk zal dragen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991.
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Paus   
Pamphilio   
Jezuïeten   
Naam Locatie in Tekst
Rome   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
