Hoofdtekst
Een boer, met sijn huysvrouw op de wagen sittende, wiert van een steepol gevraecht of die hen die op sijn waegen sat, te coop was. 'Ja', seyde de boer, 'voor 30 tonnen gouts.' R. 'Schaemt u, huysman, dat gij u goedt soo hoog hout.' R. 'Ick doe seecker niet, want ik heb er flus noch een schagt uytgetrocken die ik voor geen hondertduysent gulden wil geven.'
Beschrijving
Een boer en zijn vrouw reden op een kar langs een stedeling. De stedeling vroeg de boer of de hen die de boer bij zich had, te koop was. 'Ja', zei de boer, 'voor 30 ton goud'. De stedeling vond dat veel te duur. De boer zegt dat hij zijn vrouw niet wil verkopen en maakt een dubbelzinnige opmerking.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20