Hoofdtekst
Iemant seyde tegen een ander: 'Men roept sooveel van de oude poëeten, en dat wij hedensdaegs sulck Latijn spraecken, 't en soude niet deugen, want heb je van je leven absurder metaphora gehoort als bij Virgilius: "Quid puer Ascanius superatne et vescitur aura?" Dat wij eens vraegden, leeft soo een man noch en vreet hij noch lucht etc.' R. 'Je bent een botmuyl, Virgilius' meening is soo geweest. Hoe gaet het met Ascanius, leeft hij noch, en drinckt hij somtijds een pijpje tabacq?'
Beschrijving
Iemand vraagt een ander waarom er zoveel gesproken wordt over de dichters uit de Oudheid. Hij heeft nog nooit absurdere metaforen gehoord dan bij Vergilius. Leeft Vergilius eigenlijk nog en verbruikt hij onze lucht? De ander antwoordt dat hij een botterik is en de tekst van Vergilius niet goed begrepen heeft. Vergilius vraagt zich juist af of Acanius nog leeft en of hij zo af en toe nog rookt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Het citaat in het Latijn is afkomstig uit Vergillius' epos 'Aeneis'. (Boek 3, regel 339). Vrij vertaald betekent het citaat: Hoe is het met de jongen Ascanius? Leeft hij nog en gebruikt hij nog lucht?
Naam Overig in Tekst
Vergilius   
Ascanius   
Romeins   
Latijn   
Naam Locatie in Tekst
Rome   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
