Hoofdtekst
Een man, hoorende sijn buyren seer kijven en onder andere scheltwoorden dickmaels hoorendraeger noemen, seyde: 'De duyvel hael alle horendraegers. Ick wouw dat sij in 't midden van de zee laegen.' 'Cont gij wel swemmen, liefste', seyde sijn vrouw daerop.
Beschrijving
Een man hoorde zijn buren ruziën. De buren scholden elkaar uit voor 'hoorndrager'. De man wenste dat alle hoorndragers midden in de zee waren. Zijn vrouw vroeg hem of hij wel kon zwemmen.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20