Hoofdtekst
Eén die seer swart was, trouwde een seer blancke juffrou. Hiervan seyde één tegen een ander: 'Wat duckt u van sulcke twee echtgenooten? Is 't niet een schoon huwelijck?' 'Ja', antwoorde d'ander, 'om aexters van te teelen.'
Beschrijving
Een zwarte man trouwde met een blanke vrouw. Iemand zei dat het zo'n mooi huwelijk was, en een ander antwoordde: 'Ja, om eksters mee te telen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
De verwijzing naar eksters slaat op de kleur van de vogel, half wit en half zwart. De ekster is daarnaast een vogel met een reputatie diefachtig te zijn: hij steelt graag glimmende spulletjes. De suggestie in de mop lijkt te zijn dat de nakomelingen van de zwarte man (ook) diefjes zullen worden.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20