Hoofdtekst
Een man hoorende 's nagts dat sijn vrouw een grooter wint liet vliegen als hij van haer gewent was, soo bepiste hij haer lustich. Sij hier over wacker werdende, vraegde wat dit beduyde, waerop hij antwoorde: 'Mijn lief, ick heb altijt hooren segen dat een groote wint door luttel regen valt.'
Beschrijving
Een man hoorde 's nachts dat zijn vrouw een grote wind liet, en plaste over haar heen. Zij werd hierdoor wakker en vroeg wat er aan de hand was. Hij zei dat hij gehoord had dat de wind gaat liggen als er een beetje regen valt.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20