Hoofdtekst
Een boer hadde sijn lantheer te gast genoodigt, dien hij sooals hij uyt sijn koetse trat, sijn klederen onderley. De heer vraegde hem wat dat te seggen was. R. 'Och heer, gij zijt niet waert dat gij de aerde betreet.'
Beschrijving
Een boer had zijn landheer uitgenodigd. Toen hij uit zijn koets stapte, legde de boer zijn kleren op de grond neer. De heer vroeg wat dat te betekenen had, en de boer antwoordde: 'Och heer, u bent het niet waard de aarde te betreden.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20