Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER2347

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

De meyt van juffrou Marij Dedel, hadde op een kermis, sooals sij nae [een] quacksalver stont en gaepte, haer mooie silvere sleutelreecx laeten steelen. R. 'Wel, hoe is dat mogelijck, dat ghij soo dom en ongevoelijck sijt dat gij daer niet van soudt weten?' R. 'Wel, juffrou, ick sag het wel.' R. 'Saegt gij het varcken en liet gij het evenwel steelen?' R. 'Dat geloof ik wel, de vent was mij wel 3 à 4 reysen aan boordt geweest dat ick hem ieder reys terugh stiet. nu quam hij weerom, ik was soo beschaemt dat ik 't hem niet meer dorst verbieden.'

Beschrijving

De meid van Marij Dedel was op een kermis bestolen. De juffrouw vroeg waarom ze dat niet gemerkt had, en de meid zei dat ze het wel gezien had. Dezelfde vent probeerde haar steeds te beroven en ze duwde hem steeds weg, maar uiteindelijk schaamde ze zich zo dat ze het maar liet gebeuren.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
De suggestie is dat de meid uiteindelijk toeliet dat de man aan haar zat; kermissen stonden bekend om hun vrijpartijen.

Naam Overig in Tekst

Marij Dedel    Marij Dedel   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20