Hoofdtekst
Een Engelsch edelman met andere compagnie gevangen zijnde, wiert yder oogenblick seer door seeckere vrouw haer lamentatiën (die mede soude hangen) geïmportuneert, sooseer oock dat hij, om daervan ontslaegen te zijn, op et lest seyde: 'Ick heb mijn pardon.' 'Soo sullen wij dan', seyde dese dame, 'op toekomende maendag het geluck van uw geselschap niet hebben.'
Beschrijving
Een Engelse edelman zat met een compagnie gevangen. Hij ergerde zich zo aan een vrouw die steeds maar jammerde dat hij - om er van af te zijn - zei dat hij een pardon gekregen had. De vrouw zei dat ze de volgende maandag dus niet het geluk van zijn gezelschap zouden hebben.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Engels   
Naam Locatie in Tekst
Engeland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
