Hoofdtekst
Twee wijven met malcanderen lang gekrakeelt hebbende, seyde de eene: 'Je bent een hoer, een varcken, een spinhuyshoer, een brandewijnsbeest.' 'Wat duyvel laet gij u voorstaen, gij duyvelinne, ik ben soo goed als gij.'
Beschrijving
Twee vrouwen waren lang met elkaar aan het ruziën, en de een schold de ander uit. De ander zei: 'Wat zit je op te scheppen, jij duivelin, ik ben zo goed als jij.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20