Hoofdtekst
Prins Willem van Orange, noch page bij keyser Karel, hadt het eens verbruyt. De keyser sondt hem met een uriasbriefje na den stalmeester. Willem, lont ruykende, vont daer den grave van Egmont of soo een compagnon. R. 'De keyser heeft mij desen brief aen de stalmeester te bestellen gegeven en ik heb een noodsaeckelijcke boodschap.' Hij dêe het en brenger deses, volgens de teneur van 't briefje, kreeg braef voor sijn gat.
Onderwerp
VDK 0921J* - De brutale jongen en de heer   
Beschrijving
Toen Willem van Oranje page was bij keizer Karel had hij het eens verbruid. De keizer stuurde hem met een briefje naar de stalmeester, maar Willem vertrouwde het niet en gaf de opdracht met een smoesje aan een van zijn vrienden. Toen die bij de stalmeester kwam kreeg hij, zoals in het briefje stond, een goed pak slaag.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
De brutale jongen en de heer
Naam Overig in Tekst
Prins Willem van Oranje   
keizer Karel   
graaf van Egmond   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
