Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER2402

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een hantschoenmaker, machtig om gelt verlegen zijnde, ging bij de joden om op eenige pacquatten hantschoenen gelt te lichten. Maer dese fielen, des mans ongelegenheyt siende, sochten hem door sulcx te weygeren tot een onbehoorlijcken verkoop te dwingen, want sij boden hem voor 't paer niet meer als 9 stuyvers, daer hij noyt minder als 2 schellingen voor gehad hadde. Hij klaegde sijn nood aen sijn vrient, die hem tot verkoop riet, also hij soo seer benodigt was. 'Maer', seyde hij, 'doet in den pacquetten niet als linckerhantschoenen.' Het geschiede soo. De jood versond se, maer kreeg se wel haest met een graeuw wederom. Hij terstond na de hantschoenmaker, dien hij het verweet. R. ''t Is waer, ick heb sulcx gedaen omdat gij, schelm, mij soo goddeloos boodt. Maer het is geen noot, ick heb de rechter noch alle hier in huys, maer die moeten het paer 15 stuyvers kosten', daer de jood toen toe gedwongen was.

Beschrijving

Een handschoenmaker had geld nodig en ging bij de joden een aantal paren handschoenen verkopen. Zij hadden wel in de gaten dat hij het geld nodig had, en probeerden de prijs snel omlaag te krijgen door veel te weinig te bieden. Een vriend raadde hem aan de handschoenen te verkopen, maar dan alleen de linker handschoenen in de pakketten te doen. De jood kwam bij hem aankloppen en de handschoenmaker bood hem de rechter handschoenen voor een duurdere prijs aan. Omdat de jood al klanten voor de handschoenen had, moest hij ze wel kopen.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Een schelling is zes stuivers waard, de handschoenmaker krijgt dus uiteindelijk (gemiddeld) toch twee schellingen per paar handschoenen.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20