Hoofdtekst
Die van Lalenburgh waeren jalours dat de toren van Tieffenbach sooveel hoger was als de haere. Een van haer regenten quam in gedagten dat hij wel gesien hadde, als men asperges en andere vruchten wouw hoogh doen opschieten, dat men se dapper meste. Hij geeft zijn concept daerover te kennen. Men valt er dadelijck aen en men leyt koemis rondsom, tot den haen van den toren toe. Des nagts viel er een swaeren regen op, die de mis wel 10 voet van boven afspoelde. De boeren quamen voor den dagh en den tooren boven dus naeckt siende, dagten dat hij so hoog opgeschoten was en droegen den inventeur dien dagh in triumph.
Beschrijving
De inwoners van Lalenburgh waren jaloers dat hun buren een hogere kerktoren hadden. Een van de regenten vertelde dat asperges vaak worden bemest om ze hoger te laten groeien. Ze besloten dit met de toren te doen en bedekten de toren tot aan de windhaan met mest. Die nacht regende het zo hard dat het bovenste stuk van de toren schoonspoelde, en de mensen dachten dat de toren door de mest was gegroeid.
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Naam Overig in Tekst
Lalenburgh   
Naam Locatie in Tekst
Tieffenbach   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
