Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER2418

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Een snaeck, in een treckschuyt na Den Hage nevens een groten kakelaer sittende, sag een luys op sijn mantel lopen. Hij hield sigh dan eens of hij stillekens wat van sijn mantel afnam, dan afschudde, dan afveegde (sonder evenwel de luys aen te raeken). R. 'Wat duyvel kaerel schort u met uw overtollige beleeftheyt, meent ghij dat ick luysen heb?' 'Neen, toch niet', seyde de ander, en nam toen de luys en ley se voor hem, dat den snapper sijn spraeck benam.

Beschrijving

Een man zat in de boot naar Den Haag naast een man die erg veel praatte, en zag een luis op zijn mantel lopen. Zonder de luis aan te raken deed hij steeds alsof hij iets van de mantal afveegde, tot de man hem vroeg of hij soms dacht dat hij luizen had. Hij ontkende maar legde de luis voor hem, waarop de man zijn mond hield.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw

Naam Locatie in Tekst

Den Haag    Den Haag   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20