Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OVER2434

Een mop (boek), derde kwart 17e eeuw

Hoofdtekst

Twee quacksalvers swetsten op de marckt schricklijk tegen malkanderen over het uyttrecken van tanden. Den een sey: 'Ick treck se uyt met de knop van mijn degen', d'anderen sey: 'En ick met de kolf van een pistool.' 'Ick', sey den eersten, 'kan se oock uyttrecken met een aembeelt.' 'Hoe duyvel sou dat in sijn werck gaen', sey den anderen, 'want je kunt er niet mee in de mont komen en daer wil ick wel 10 ducatons onder verwedden dat het niet wesen kan.' R. ''t Is gedaen, wijst mij maer ymant die een tant wil getrocken hebben.' R. 'Daer hoeven wij niet ver om te loopen soecken, treckt desen tant uyt mijn mont.' Hij brengt hem, bij een smit en bind met een snaer de tant aen het aembeelt. Daerop streckt hij sijn houwer en kom met een geheven arm op sijn partij toelopen en seyd': 'Jou donderschen hond, ick wil je liever aen hondertduysent stucken kappen als je de 10 ducatons weergeven.' Den anderen, bang wordende, wil het ontlopen en geeft een ruck dat de tand aen 't aembeelt hangen bleef.

Beschrijving

Twee kwakzalvers waren op de markt aan het opscheppen over het uittrekken van tanden. De een zei dat hij een tand met een degen kon uittrekken, de ander zei dat hij het met een pistool kon doen. De een zei toen dat hij het ook met een aambeeld kon, waarop de ander hem verwedde dat dat onmogelijk was. De een bond de ander een tand vast aan een aambeeld, en kwam toen op hem af lopen met een groot mes. De ander rende weg van schrik, zijn tand achterlatend.

Bron

Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991

Commentaar

Derde kwart zeventiende eeuw
Zie ook mop nummer 2350 (OVER2350).

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20