Hoofdtekst
Een dief, gevangen sittende, wiert gevraegt of hij niet op soo een tijt had een winckel opgebroocken en die bestoolen. R. 'Ick heb nog wel slimmer gedaen.' R. 'Of dat hij oock had een meisje verkragt.' R. 'Ick heb nog wel slimmer gedaen.' R. 'Dat hij had sijn weert vermoort.' R. 'Ick heb nog wel slimmer gedaen.' Men vroeg hem wat dat dan dat slimmer was. 'Van mij te laeten vangen', antwoorde hij.
Beschrijving
Een dief werd gevraagd of hij ingebroken had in een winkel, een meisje verkracht, en zijn waard vermoord. Hij antwoordde steeds dat hij wel erger had gedaan. Ze vroegen hem wat dan erger was, en hij zei: 'Dat ik me heb laten vangen.'
Bron
Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
Commentaar
Derde kwart zeventiende eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20