Hoofdtekst
Er waren eens een koning en een koningin heel gelukkig met elkaar. Ze woonden in een prachtig kasteel en hadden bijna alles wat ze maar wensten. Slechts één wens was nog niet vervuld. Ze wilden graag een kindje. Op een ochtend nam de koningin een bad in de prachtige vijver, midden in hun eigen rozentuin. Opeens hoorde ze een stemmetje. 'Dag, majesteit. Kwak een heerlijk dagje om een baantje te zwemmen, niet?' De koningin keek om zich heen en zag een kleine kikker op een groot, groen lelieblad. 'Dag, kikker,' antwoordde ze verbaasd. 'Kun jij praten?' 'Heel soms,' zei de kikker. 'Alleen als ik iets heel belangrijks te zeggen heb.' 'O?' sprak de koningin vriendelijk. 'Wat mag dat dan wel zijn?' 'Nog voor er een jaar verstreken is, zult u een kindje krijgen.' 'Echt?' Een rilling van blijdschap liep over de rug van de koningin. 'Maar hoe weet jij dat?' 'Kwak!' antwoordde de kikker. Met een grote sprong plonsde hij in het water en verdween. De voorspelling van de kikker kwam uit. Nog voor het jaar verstreken was, werd er een prinsesje geboren en de koning en zijn vrouw waren zo blij, dat ze een groot feest gaven. Ze nodigden wel meer dan honderd gasten uit. Ook de feeën van hun koninkrijk mochten komen. Nu waren er dertien feeën in het land, maar de koningin had maar twaalf gouden borden. 'Hoe moet dat nou?' zuchtte ze. 'Ik kan toch moeilijk één fee van een gewoon bord laten eten?' 'Ach, een feetje meer of minder zal de pret niet drukken,' antwoordde de koning. 'We nodigen er gewoon twaalf uit in plaats van dertien.' Het werd een schitterend feest. Overal in het kasteel wapperden de vlaggen. In de keuken was het een drukte van belang. De kok wilde dat alles perfect zou verlopen en liep zenuwachtig rond. Intussen vroeg hij zich af: Waar is de kleine koksmaat toch gebleven? Want de kalkoenen moeten nog gevuld Schiet op! De glazen worden al geheven Wie heeft er trouwens uit de pan gesmuld? We vieren dat 't prinsesje is geboren Laat heel het land het feestgedruis maar horen! Niet veel later werd het feestmaal opgediend. De avond kon niet meer stuk, tenminste zo leek het. Links en rechts van koning en koningin aten de twaalf feeën de laatste taartkruimels van hun gouden borden. De koningin hield het kleine babyprinsesje op haar arm om het aan alle gasten te laten zien. 'Ach, wat een lief meisje.' 'Oh, wat een schattig kind.' 'Is het geen dotje?' Iedereen gaf complimentjes. 'Hoe heet ze eigenlijk?' vroeg iemand. 'U hebt vast allemaal gezien hoe mooi onze rozen erbij staan,' sprak de koningin trots. 'En daarom noemen we onze dochter... Doornroosje.' Toen volgde er een plechtig moment. Alle feeën spraken een goede wens uit voor Doornroosje. De ene fee zei: 'Ik wens haar veel wijsheid toe.' Een andere zei: 'Ik wens dat ze altijd lief en aardig zal zijn.' En zo kwamen ze een voor een aan de beurt. Ze wensten haar schoonheid, eerlijkheid, kracht en nog een heleboel andere fijne dingen toe. Plotseling vlogen de grote eikenhouten deuren van de feestzaal open. Iedereen schrok. Daar stond de dertiende fee. Haar harde, boze stem galmde door de ruimte. 'Ik heb ook een wens voor Doornroosje!' Ze keek vals naar de koningin, die haar kind stevig tegen zich aan drukte. 'Op de dag dat de prinses vijftien jaar oud wordt, zal ze zich prikken aan een spinnewiel en sterven!' Even was het ijselijk stil in de zaal, tot de koningin smekend zei: 'O fee, doe ons dat niet aan! Laat Doornroosje alstublieft leven, we...' 'Te laat!' krijste de valse fee. Ze zwaaide met haar toverstaf en FLITS! Het kleine prinsesje begon onbedaarlijk te huilen. 'Dat krijg je ervan als je mij niet uitnodigt!' riep de fee nog voordat ze vertrok. Iedereen zweeg verdrietig. Toen stond de jongste fee op. 'Ik ben nog niet aan de beurt geweest,' zei ze zacht. 'En hoewel ik de vloek niet helemaal ongedaan kan maken, wens ik dat de prinses niet dood zal gaan. Wel zal ze honderd jaren slapen.' Ook deze fee zwaaide met haar toverstaf Doornroosje stopte onmiddellijk met huilen. Maar de feestvreugde was natuurlijk allang voorbij. De koning zei: 'Ik zal zorgen dat er in het hele land geen spinnewiel meer te vinden is. Mijn dochter zal zich dan ook niet kunnen prikken.' Hij gaf opdracht om alle spinnewielen in het land te verbranden en dat gebeurde. In de jaren die volgden, groeide Doornroosje op tot een lief en vrolijk meisje. De wensen van de goede feeën leken allemaal uit te komen. Toen ze haar vijftiende verjaardag vierde, werd er weer een groot feest gehouden. In en om het kasteel was het een drukte van belang en uit de koninklijke keukens kwamen de heerlijkste geurtjes. De kok deed nog beter zijn best dan anders, terwijl hij commandeerde: Stook het vuur op met wat extra kolen Breng de mosterd en de zure zult Waar zit nou die koksmaat toch verscholen? En wie heeft er uit de pan gesmuld? We vieren dat 't prinsesje vijftien jaar is Laat heel het land maar weten dat het waar is! Doornroosje had als enige niets te doen. Dat gebeurt wel vaker als je een prinses bent, want alles wordt voor je gedaan! Terwijl de lakeien en hofdames af en aan liepen, doolde ze wat door de gangen van het kasteel. Zo kwam ze in een kamer waar een oud vrouwtje zat te werken aan een spinnewiel. Verbaasd keek Doornroosje ernaar. Zoiets had ze nog nooit gezien. De vrouw liet het wiel draaien en spon van schapenwol een mooie draad. Vriendelijk vroeg ze aan Doornroosje: 'Wil je het ook eens proberen?' 'Graag,' zei Doornroosje en ze pakte de spinspoel vast... 'Au!' Ze prikte zich aan de naald. Meteen zakte Doornroosje in een diepe, diepe slaap. Ze hoorde niet eens meer hoe de oude vrouw lachte: 'Het is gelukt, hahaa!' Het was de dertiende fee die speciaal die dag in het kasteel was om haar kwade wens uit te laten komen. Nu dacht ze dat Doornroosje dood was. Ze wist immers niets van de laatste wens die de jongste fee had uitgesproken. Snel daalde ze de trap af en sloop het kasteel uit. Als door een wonder was iedereen tegelijk met Doornroosje in slaap gevallen. De koning en de koningin hingen onderuit op hun troon te snurken. Verspreid in de gangen en vertrekken stonden lakeien en hofdames te dutten. Zelfs de vliegen op de muren bewogen niet meer, evenmin als de drie kraaien op het dak. De schildwacht buiten de muren, die het kasteel moest bewaken, lag te knikkebollen. In de keuken had de kok net ontdekt dat het koksmaatje steeds stiekem uit de pan snoepte. Juist toen hij hem een draai om zijn oren wilde geven, vielen ze allebei in slaap. Terwijl alles en iedereen in dromenland was, begonnen de rozenstruiken in de tuin als bij toverslag te groeien. De tuinman sliep natuurlijk ook en het kasteel raakte in een paar jaar tijd helemaal overwoekerd. De torens waren zelfs niet meer te zien, zo hoog en dik groeiden de doornstruiken. Niemand kon nog bij het kasteel komen. Jaren en jaren later ging het verhaal dat er onder de dichte begroeiing een betoverd kasteel was, waarin een schone slaapster sliep. Maar niemand geloofde dat verhaal meer. Op een dag kwam er een knappe prins op een schitterend wit paard het land binnen. Hij had gehoord van de mooie prinses die honderd jaren lang zou slapen. Bij het overwoekerde kasteel aangekomen stapte hij van zijn paard, trok zijn zwaard en wilde meteen de eerste doornstruik te lijf gaan. Toen gebeurde er iets wonderlijks: de rozenstruiken weken uiteen en zo ontstond er een pad dat de prins rechtstreeks naar het kasteel bracht. Verbaasd liep hij langs de knikkebollende schildwacht en de onbeweeglijke lakeien en hofdames in de gangen van het paleis. Ten slotte vond hij Doornroosje in de kamer met het spinnewiel. De prins had nog nooit zo'n mooi meisje gezien. Hij moest haar gewoon kussen. Onmiddellijk deed ze haar ogen open. 'Oewaaah... ' gaapte Doornroosje terwijl ze zich heerlijk uitrekte. 'Dat was een lekker middagdutje.' Toen pas zag ze de mooie prins die haar wakker had gekust en ze werd op slag verliefd. Op hetzelfde moment werden ook alle andere kasteelbewoners wakker. Ze keken verbaasd om zich heen. De vliegen op de muur vlogen weg en de kraaien schudden hun veren uit. 'Was ik nou even in slaap gesukkeld?' vroeg de schildwacht zich af. 'Als de koning het maar niet gezien heeft, stel je voor... ' Maar ook de koning wist niet dat hij honderd jaar geslapen had. Hij stond op van zijn troon en riep: 'Laat het feest beginnen!' PATS! 'Au!' In de keuken kreeg het koksmaatje een klinkende klap om zijn oren. 'Dat zal je leren om uit de pan te snoepen!' riep de kok, die ineens klaarwakker was. 'Aan het werk allemaal!' Het werd een onvergetelijke dag en Doornroosje danste de hele avond met haar prins. En het duurde niet lang of er werd weer feestgevierd, want de prins en Doornroosje gingen trouwen. 'Fijn!' zei het koksmaatje. 'Dan valt er weer veel te snoepen!'
Onderwerp
AT 0410 - Sleeping Beauty   
ATU 0410 - Sleeping Beauty   
Beschrijving
Bron
Motief
B211.7.1 - Speaking frog.   
F312 - Fairy presides at child‘s birth.   
F361.1.1 - Fairy takes revenge for not being invited to feast.   
G269.4 - Curse by disappointed witch.   
M412.1 - Curse given at birth of child.   
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Doornroosje   
