Hoofdtekst
DE DUIVEL ALS DIER
In Middelbeers was een grote zwartharige hond, die ongetwijfeld een duivel moest zijn. Die hond lag iedere dag voor de deur van de kerk. Dan liet hij daar aan iedereen zijn grote scherpe tanden zien. Tenslotte werd het zo erg en was men zo bang voor het beest, dat men niet meer naar de kerk durfde gaan. Liever wat langer lopen naar de kerk in het nabije dorp, dan nog langer met angst naar de eigen dorpskerk gaan.
De pastoor, die er zeker van was dat de hond een duivel was, besloot dat er iets gedaan moest worden. Want het was geen pretje om voor een lege kerk te preken. Dus pakte hij op zekere dag kwast en wijwater en stapte naar de ingang van de kerk, waar de hond al klaar lag. Toen de hond de pastoor zag aankomen, liet hij al zijn tanden zien en begon vervaarlijk te grommen. De pastoor toonde echte geen ziertje vrees en stevende recht op de hond af. Toen de pastoor vlak voor de hond stond besprenkelde hij deze met wijwater en riep: ‘In naam van God, verdwijn!’
Reeds bij de eerste druppels wijwater, die de hond op zijn lijf voelde, opende hij zijn bek en jankte: ‘Groet vrouw en kinderen, ik ga er vandoor!’ En onder janken en huilen vloog hij het kerkplein over. Vanaf die dag konden de mensen van Middelbeers weer rustig naar hun kerk gaan, want de hond heeft zich nooit meer laten zien.
Naar men beweert moet de hond een man geweest zijn, die vroeger in het dorp gewoond heeft en bekend was als een godloochenaar. Vermoedelijk ging hij voor de kerkdeur liggen om zijn vrouw en kinderen te zien die dagelijks naar de kerk gingen. Vandaar dan ook zijn uitroep: ‘Groet vrouw en kinderen!’
In Middelbeers was een grote zwartharige hond, die ongetwijfeld een duivel moest zijn. Die hond lag iedere dag voor de deur van de kerk. Dan liet hij daar aan iedereen zijn grote scherpe tanden zien. Tenslotte werd het zo erg en was men zo bang voor het beest, dat men niet meer naar de kerk durfde gaan. Liever wat langer lopen naar de kerk in het nabije dorp, dan nog langer met angst naar de eigen dorpskerk gaan.
De pastoor, die er zeker van was dat de hond een duivel was, besloot dat er iets gedaan moest worden. Want het was geen pretje om voor een lege kerk te preken. Dus pakte hij op zekere dag kwast en wijwater en stapte naar de ingang van de kerk, waar de hond al klaar lag. Toen de hond de pastoor zag aankomen, liet hij al zijn tanden zien en begon vervaarlijk te grommen. De pastoor toonde echte geen ziertje vrees en stevende recht op de hond af. Toen de pastoor vlak voor de hond stond besprenkelde hij deze met wijwater en riep: ‘In naam van God, verdwijn!’
Reeds bij de eerste druppels wijwater, die de hond op zijn lijf voelde, opende hij zijn bek en jankte: ‘Groet vrouw en kinderen, ik ga er vandoor!’ En onder janken en huilen vloog hij het kerkplein over. Vanaf die dag konden de mensen van Middelbeers weer rustig naar hun kerk gaan, want de hond heeft zich nooit meer laten zien.
Naar men beweert moet de hond een man geweest zijn, die vroeger in het dorp gewoond heeft en bekend was als een godloochenaar. Vermoedelijk ging hij voor de kerkdeur liggen om zijn vrouw en kinderen te zien die dagelijks naar de kerk gingen. Vandaar dan ook zijn uitroep: ‘Groet vrouw en kinderen!’
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
SINSAG 0883 - Teufel als Hund; hält Sünder Gesellschaft.   
Beschrijving
Een zwarte hond ligt voor de deur van de kerk waardoor niemand meer naar de kerk durft. Bij het besprenkelen met wijwater en het uitspreken van de naam van God door de pastoor jankt de hond dat ze zijn vrouw en kinderen moeten groeten, en verdwijnt. De hond moet een man zijn die bekend stond als godloochenaar, en zijn vrouw en kinderen die elke dag naar de kerk gaan, wil zien.
Bron
B. Janssen, Het Dansmeisje en De Lindepater - Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p. 72-74.
Motief
D1385.15.1
Naam Overig in Tekst
God   
Naam Locatie in Tekst
Middelbeers   
Plaats van Handelen
Middelbeers (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K199a   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
