Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

INZ00310 - De boekbinder en zijn blonde vrouw

Een sage (internet), vrijdag 25 februari 2011

Hoofdtekst

De boekbinder en zijn blonde vrouw Nee, het ging boekbinder Dieter helemaal niet voor de wind. Hij zat al weken zonder werk en zijn spaarcentjes smolten als sneeuw voor de zon. ‘Straks hebben we alleen nog droog brood te eten,’ zuchtte Mina, zijn vrouw. ‘Wat moet er van ons geworden?’ ‘Ik weet het ook niet, vrouw,’ zuchtte hij met haar mee. ‘Misschien konden we om hulp bidden bij Sint-Christoffel,’ stelde ze voor. ‘Hij moet ons helpen.’ Dieter haalde zijn schouders op. Die Christoffel was al eeuwen dood en begraven – en had hij wel écht bestaan? Maar Mina liep naar de paterskerk en ze knielde neer bij het beeld van Sint-Christoffel. Ze durfde bijna niet op te kijken naar hem, want boven op zijn grote lichaam stond een echte, onvervalste hondenkop. Een pater had haar ooit verteld dat zijn kop niet had belet dat hij veel heidenen had bekeerd en dat hij nu voor eeuwig in de hemel wachtte op al wie in hem had geloofd. ‘Ach, Sint-Christoffel, help ons toch uit onze nood,’ bad ze. En zie, een dag later werd er aangebeld en een zichtbaar rijke heer kwam de werkplaats van Dieter binnen. ‘Ik heb alle boekbinders van de stad gevraagd om mijn boek in te binden,’ zei hij. ‘Natuurlijk zoals ik het wil. Maar geen een die het aandurft. Nochtans, de beloning is groot: een grote beurs vol goudstukken.’ Dieter dacht een moment dat hij droomde. Maar dat was echt niet het geval. Er werd hem wel degelijk een opdracht aangeboden! ‘Heer,’ stamelde hij. ‘Heer, mijn grootvader en mijn vader waren zeer bedreven boekbinders en ik heb van hen geleerd...’ ‘Dat weet ik allemaal,’ onderbrak de heer hem. ‘Ik wilde alleen nog horen of jij de opdracht aanvaardt of niet. Luister, dit is mijn wens: een voorplat van het edelste hout, versierd met een gouden beeltenis van Sint-Christoffel, omgeven door een krans van diamanten en saffieren.’ Tegelijk legde hij een zakje met een klomp goud op tafel en een andere beurs met edelstenen, en natuurlijk ook het in te binden boek, een schitterend handwerk over het leven van Sint-Christoffel, vervaardigd door de paters van het het klooster, die er jaren aan gewerkt hadden. ‘Maar pas op, boekbinder Dieter. Dit goud en deze edelstenen waren ooit het eigendom van een bloeddorstige tovenaar en misschien ligt er nog een vloek op, die je eerst moet overwinnen vooraleer aan het werk te kunnen. Over zeven dagen kom ik nog eens langs.’ ‘Ik geloof niet in een vloek van een of andere gekke tovenaar,’ wuifde Dieter. ‘ik aanvaard uw opdracht, heer!’ Waarop de heer, met een mysterieus glimlachje om zijn mond, naar buiten liep. Dieter ging meteen aan het werk. In zijn voorraden vond hij een prachtig stuk ebbenhout: dat zou als het ware een zwarte spiegel worden voor het goud en de edelstenen. Maar toen wilde de klomp goud maar niet smelten en de edelstenen waren zo glad dat hij ze nauwelijks kon vastnemen. Dan toch een vloek?... ‘Niks van,’ bromde hij bij zichzelf. ‘Ik verbeeld het me maar. Vooruit! Smelt dat goud! ‘ Het werd nog erger. In plaats van te smelten, werd de klomp goud ijskoud. En het leek wel alsof de edelstenen vanzelf wegsprongen wanneer hij er zijn hand naar uitstak. Nee, dat ging helemaal mis. ‘We moeten samen bidden tot Sint-Christoffel,’ zei Mina. ‘Alleen hij kan de vloek wegnemen.’ ‘Ik ken iemand die beter is dan jouw heilige,’ snauwde hij. ‘Misschien heeft hij wel nooit bestaan!’ En hij liep naar het bos, naar het hutje van Simsalabom, een stokoude vrouw, van wie de mensen vertelden dat ze een echte toverkol was. ‘Simsalabom,’ zei hij. ‘Alsjeblieft: help me, red me...’ Ze keek hem aan en hij huiverde voor haar blik; het was alsof hij in een diepe, nachtzwarte poel keek. ‘En wat krijg ik ervoor?’ kraste ze. ‘Wat zou je willen, Simsalabom?’ Ze grijnsde even. ‘Heb ik niet ergens gehoord dat Mina, je vrouw, een weelde van de mooiste blonde haren heeft, die je in de stad kunt vinden?’ ‘Eu... ze heeft inderdaad heel mooi haar, Simsalabom.’ ‘Welnu, ik kan je helpen. Ik kan je mijn mannetje sturen. Hij weet wel hoe het hoort. Maar jij moet me beloven dat je me het hoofdhaar van je vrouw schenkt van zodra het werk af is.’ ‘Eu... dat zal ze niet willen,’ aarzelde hij, maar meteen verzekerde hij de heks dat ze zou krijgen wat ze wilde. En zie, toen hij terug naar huis liep, dook daar opeens een mannetje op, zo zwart als een maanloze nacht. Hij sprak geen woord, keek hem niet aan, maar in de werkplaats begon hij meteen aan het werk. En dat vlotte op een ongelofelijke manier. Bovendien toonde hij zich een meesterlijke boekbinder. Op het eind van de zesde dag was het werk af en zoiets ongelofelijk moois had Dieter nog nooit gezien. Het mannetje verdween alsof het oploste in de lucht. De zevende dag kwam de heer binnen en het was naar zijn wens. Hij nam het boek, zette een beurs met goud op de tafel en zei dat hij het meesterwerk de zondag daarop zou voorstellen aan zijn vrienden en dat hij wilde dat ook Dieter, de meester-boekbinder, en zijn vrouw Mina aanwezig zouden zijn. ‘Dat is een gedroomde kans!’ juichte Dieter toen de heer weggegaan was. ‘Vrouw, we zullen van alle rijke lui bestellingen krijgen! Dus loop maar vlug nieuwe kleren kopen, want we moeten er goed voorkomen!’ De zondag daarop gingen Dieter en Mina dus naar het grote huis – het leek bijna een klein kasteel – van de heer. De genodigden verdrongen elkaar om het boek te zien, dat uitgestald lag op een witte tafel. Toen klapte de heer in zijn handen en hij stelde Dieter voor als zijnde de allerbeste boekbinder van de stad. Hij riep hem en Mina bij zich op een soort verhoog en de aanwezigen applaudisseerden en riep ‘bravo’ en ‘meesterlijk’. Dieter en Mina dankten met een buiging, maar zie, terwijl ze zo diep gebogen stonden, voelde Mina iets ijskouds over haar hoofd vloeien en terwijl ze het uitgilde viel haar blonde hoofdhaar, tot het allerlaatste haartje, voor haar voeten op het tapijt. Uit het niets verscheen een mannetje. Hij griste het hoofdhaar weg en verdween als een geest. Die arme Mina was de krankzinnigheid nabij. Dieter ging te rade bij alle dokters en kwakzalvers, maar niemand slaagde erin Mina’s haardos opnieuw te doen groeien. Bovendien kwam er geen enkele nieuwe bestelling binnen: de rijkelui die de voorstelling van het prachtige boek hadden bijgewoond, vertrouwden het niet. En zo raakte andermaal het geld van Dieter en zijn vrouw op. Mina ging nog eens bidden bij Sint-Christoffel. En zie: van dat moment af begon haar hoofdhaar opnieuw te groeien. Geen goudblond meer als voorheen, wél van het mooiste grijs dat je je kunt voorstellen. Méér kon Sint-Christoffel er niet aan doen. Want in de wereld van de toverkunsten zijn er dingen waar zelfs een heilige met een hondenkop niet bij kan.

Beschrijving

Een boekbinder krijgt de opdracht om een duur boek in te binden, maar het materiaal lijkt betoverd te zijn. Hij krijgt hulp van een heks, maar moet er het blonde haar van zijn vrouw voor inleveren. Op de dag van de presentatie verliest zijn vrouw haar haar. Met hulp van Sint Christoffel krijgt ze wel haar terug, maar nu is het grijs.

Bron

Ingezonden in de Nederlandse Volksverhalenbank van het Meertens Instituut

Commentaar

2011-02-25 11:54:27

Naam Overig in Tekst

Sint Christoffel    Sint Christoffel   

Dieter    Dieter   

Mina    Mina   

Simsalabom    Simsalabom   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21