Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BJANSS115 - Pannekoeken

Een sage (boek), 1978

_69be3fb6-2a08-4ca5-95fe-b42b7b4de05b.jpeg

Hoofdtekst

Vroeger stond in Eersel, in het zogenaamde 'Hof', een kasteel. Het behoorde toe aan een zekere familie Merkelbach, maar er is nu niets meer van te zien.
In het laatst van de zeventiende eeuw stond het kasteel leeg. Niemand wilde er wonen, omdat het er 's nachts spookte. Zelfs reizigers die voorbijkwamen en vermoeid naar onderdak zochten, gingen er niet binnen.
Nu was er in Eersel een man komen wonen, die we gemakshalve Jan zullen noemen. Die Jan had altijd gediend in het leger en logisch dat hij, als moedig soldaat, niet aan spoken of andere geesten geloofde. Hij had al zoveel veldslagen en veldtochten meegemaakt en zoveel spannende avonturen beleefd, dat men hem nergens bang mee kon maken. Hij zou wel eens onderzoeken wat er waar was van al die spokerij.
Op een avond begaf hij zich naar het kasteel, in de hoop een spook te ontmoeten. 'Dan ben ik tenminste niet voor niets gegaan,' mompelde hij in zichzelf.
Het was een koude, gure herfstavond. De wind gierde door de takken van de bomen en de regen striemde in zijn gezicht. Jan was dan ook blij toen hij eindelijk bij het kasteel arriveerde en de deur uitnodigend open zag staan. Hij ging naar binnen en deed, zij het met veel moeite, de deur achter zich dicht. In de haard lagen nog wat blokken hout en Jan maakte een vuur. Even later speelden de vlammen lustig hun spel in de haard en Jan koesterde zich behaaglijk aan de warmte.
Toen hij van de koude bekomen was en zijn kleren zo goed als droog waren, begon hij honger te krijgen. Nu was Jan wel zo slim geweest om wat meel en melk mee te nemen. Daar kon hij mooi pannekoeken van bakken, iets waar hij een groot liefhebber van was. Dus ging hij aan het bakken in afwachting van de dingen die ongetwijfeld zouden komen.
Nauwelijks was de eerste pannekoek gaar of... daar viel een mensenbeen door de schoorsteen in de pan, een mensenbeen zonder vlees.
Zonder er veel aandacht aan te besteden smeet Jan been en pannekoek in een hoek van de kamer en zette zijn bakkerij rustig voort. Toen hij de tweede pannekoek klaar had plofte er weer een been zonder vlees door de schoorsteen in de pan. En weer gooide Jan het been en de pannekoek bij de andere. En zo ging het maar door. Bij elke pannekoek die hij klaarmaakte, viel er een bot door de schoorsteen, de benen, de armen en als laatste de schedel.
Jan vond het alles bij elkaar maar een vreemd geval, een beetje bang begon hij nu toch wel te worden. Maar natuurlijk liet hij er niets van merken en bleef alles maar in de hoek smijten, tot er een volledig geraamte van een mens lag.
Jan bakte zijn laatste pannekoek en toen die klaar was wachtte hij op het been dat komen moest. Maar er kwam niets meer en Jan keek eens tersluiks naar de hoek waar de beenderen lagen. Toen bemerkte hij dat er beweging kwam in de beenderen, ze richtten zich langzaam op en de eerst vormloze massa op de grond veranderde zich in een volledig geraamte.
Jan was er nu wel van overtuigd met een spook te doen te hebben, maar dat betekende niet dat hij er bang voor was. Integendeel. 'Wel, wel, wel,' zei hij. 'Heb je ook zin in een stuk pannekoek?'
Maar het geraamte zweeg. Toen werd Jan kwaad en smeet de pan in het gezicht van het spook. 'Hier,' zei hij boos, 'eet dan deze pan maar op.'
Op hetzelfde moment sloeg de torenklok van Eersel haar twaalf slagen, het middernachtelijk uur was aangebroken. Nu kwam er beweging in het spook. Het kwam ratelend en rammelend naderbij en gebood Jan, terwijl hij op de kelderdeur wees, deze open te maken.
'Ik denk er niet aan,' zei Jan. 'Als je graag die kelderdeur open wilt hebben, doe het dan zelf maar.' En het spook gehoorzaamde, hij maakte de kelderdeur open.
'Daal de traf af!' was het tweede bevel van het spook.
En weer zei Jan: 'Doe het zelf maar!'
De geest gehoorzaamde opnieuw. Hij daalde de trap af en Jan ging hem nieuwsgierig achterna.
Toen ze in de kelder kwamen, wees het spook op een blauwe zware steen in de vloer en beval Jan die steen op te nemen. Maar weer dacht Jan er niet aan. 'Licht hem zelf maar op, als je kunt!' En het spook deed het zelf.
Nauwelijks was de tegel uit de vloer gelicht, of Jan zag drie kisten, allemaal tot de rand gevuld met goud.
'Zie,' zei het spook. 'Dat alles heeft mij toebehoord, toen ik dit kasteel nog bewoonde, maar ik heb er geen goed gebruik van gemaakt. Daarom moet ik hier nu elke avond verschijnen, tot iemand aan dat geld een goede bestemming geeft. Neem jij het, de eerste kist is voor jou, de tweede voor de armen en de derde kist voor de kerk.' Daarop verdween de geest en Jan ging rijk beladen naar huis. Hij geloofde voortaan wel aan spoken.

Onderwerp

SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.    SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   

Beschrijving

Man die niet in spoken gelooft gaat naar een spookkasteel om te kijken wat er waar is van de verhalen. Daar bakt hij pannenkoeken bij de open haard en bij iedere gare pannenkoeken valt er een stuk skelet uit de schoorsteen. Alle delen samen vormen een geraamte dat om middernacht tot leven komt en met hem naar de kelder gaat waar drie kisten met geld staan. Zodra de man het geld een goede bestemming heeft gegeven zal het spoken ophouden.

Bron

B. Janssen: Het Dansmeisje en De Lindepater – Sagen en legenden uit Kempen, Meierij en Peel. Maasbree 1978, p.131-133.

Commentaar

1978
Der verborgene Schatz. & SINSAG 0478 Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.

Naam Overig in Tekst

Jan    Jan   

Naam Locatie in Tekst

Eersel    Eersel   

Merkelbach    Merkelbach   

Hof    Hof   

Plaats van Handelen

Eersel (Noord-Brabant)    Eersel (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20