Hoofdtekst
1.9. Het hengstespoor
Een 'officiant van de guld', die van Zand-Oerle naar Zitterd ging, had de onvoorzichtigheid het 'hengstespoor' te volgen, d.i. den weg, tusschen de karsporen, waar het paard gaat. Wat wis en drie te voorzien was, gebeurde: eene onzichtbare hand bonsde den man den hoed van 't hoofd. De pluim rolde vóór hem uit in het hengstespoor en wat een oogenblik te voren zijn mooi versierde hoed was, hing nu links en rechts in de hazelstruiken. Ook in Limburg vreest menigeen, des avonds althans, 'den hoofslag' (hoefslag = hengstespoor) te volgen; want men gelooft, dat die onvoorzichtigheid kan gestraft worden met eensklaps door een zwart paard opzij geslingerd te worden.
Een 'officiant van de guld', die van Zand-Oerle naar Zitterd ging, had de onvoorzichtigheid het 'hengstespoor' te volgen, d.i. den weg, tusschen de karsporen, waar het paard gaat. Wat wis en drie te voorzien was, gebeurde: eene onzichtbare hand bonsde den man den hoed van 't hoofd. De pluim rolde vóór hem uit in het hengstespoor en wat een oogenblik te voren zijn mooi versierde hoed was, hing nu links en rechts in de hazelstruiken. Ook in Limburg vreest menigeen, des avonds althans, 'den hoofslag' (hoefslag = hengstespoor) te volgen; want men gelooft, dat die onvoorzichtigheid kan gestraft worden met eensklaps door een zwart paard opzij geslingerd te worden.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Onzichtbare hand gooit hoed van man die in het karrespoor loopt af. In Limburg bestaat de vrees dat als men in een karrespoor loopt men opzij gezet kan worden door een zwart paard.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 21
Motief
F473.3.j   
E272 - Road-ghosts.   
Commentaar
1883
Motief: F473.3.j Spirit knocks person's hat off; vgl. E272 Roadghosts. Ghosts which haunt roads.
NA 1889: 185. Bewerking: Sinninghe 1933: 58 (no. 74), 1964: 62; vgl. Rijken 1975b, Jansen 1978: 117.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
NA 1889: 185. Bewerking: Sinninghe 1933: 58 (no. 74), 1964: 62; vgl. Rijken 1975b, Jansen 1978: 117.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen
Naam Overig in Tekst
Zand-Oerle   
Zitterd   
Naam Locatie in Tekst
Limburg   
Plaats van Handelen
Zitterd (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
bij L225p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
