Hoofdtekst
1.18.
Beter echter bracht 't een voerman er af, die van Vessem naar
Elndhoven reed. Ook hij had menig glaasje gewipt en dommelde op zijn loggen wagen hottende voort, toen hij op eens, op de hoogte van Zand-Oerle, juist ter plaatse waar de Gloeiende zich gewoonlijk vertoonde, met zijne kar in den zandigen weg bleef steken. Aan losraken viel niet te denken. Hulpvaardige handen waren er dichtbij niet te zoeken en, of hij al duchtig de zweep gebruIkte en er af en toe woorden 'van tieen pond' tusschen gooide - de kar zat vast en bleef vastzitten. Daar komt de man op de gedachte krachtiger hulp in te roepen en schreeuwt: 'Allo, gloeiige! span veur!' Nauwelijks waren deze woorden geuit of 'de gloeiige' in hoogst eigen persoon plaatste zich op 't paard en voerde den wagen in dolle vaart de plaats voorbij.
Beter echter bracht 't een voerman er af, die van Vessem naar
Elndhoven reed. Ook hij had menig glaasje gewipt en dommelde op zijn loggen wagen hottende voort, toen hij op eens, op de hoogte van Zand-Oerle, juist ter plaatse waar de Gloeiende zich gewoonlijk vertoonde, met zijne kar in den zandigen weg bleef steken. Aan losraken viel niet te denken. Hulpvaardige handen waren er dichtbij niet te zoeken en, of hij al duchtig de zweep gebruIkte en er af en toe woorden 'van tieen pond' tusschen gooide - de kar zat vast en bleef vastzitten. Daar komt de man op de gedachte krachtiger hulp in te roepen en schreeuwt: 'Allo, gloeiige! span veur!' Nauwelijks waren deze woorden geuit of 'de gloeiige' in hoogst eigen persoon plaatste zich op 't paard en voerde den wagen in dolle vaart de plaats voorbij.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Voerman die met kar vast komt te zitten roept dat de gloeiige moet inspannen, waarop die op het paard gaat zitten en met grote vaart gaat rijden.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 24
Motief
F497 - Fire-spirits.   
Commentaar
1889
Motief: F497 Fire-spirits.
NA 1889: 193. Bewerking: Sinninghe 1933: 43 (no. 50), 1964: 34; vgl. Jansen 1978: 114. S.S211.2.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
NA 1889: 193. Bewerking: Sinninghe 1933: 43 (no. 50), 1964: 34; vgl. Jansen 1978: 114. S.S211.2.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen
Naam Overig in Tekst
Elndhoven   
Zand-Oerle   
Gloeiende   
Naam Locatie in Tekst
Vessem   
Plaats van Handelen
Oerle (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L224p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
