Hoofdtekst
De Kabouters hadden bij een boer te Aalst al het graan van den zolder gehaald. De boer beklaagde zich daarover eens bij zijn buurmnan. Deze kon echter niet gelooven, dat 't kleine volkje daartoe bij machte was en zei: 'Bè nou, ik zou wel eens willen zien, dat 't mij gebeurde. 'K zou ze mardi!' En jawel, maar 'e lutske' later was ook bij buurman al het koren verdwenen en meer nog: iederen morgen was de koesop uitgevreten, die in den 'herd' stond. 't Boerke behoefde natuurlijk niet te raden, wie hem die poets gebakken had. 'Maar wacht,' dacht de leeperd, 'dat zulde gij mij geen eens meer doen, daar spreek ik veur'. 's Avonds hing hij eene sop over 't vuur van enkel oude lappen leer. De boer lag nog wakker op zijn bed, toen hij hoorde dat de Kabouters afkwamen.
't Eerste' bezoek werd aan de sop gebracht en allen trokken van leer. De sop scheen echter ditmaal niet te bevallen. Een van de kleine aardmannetjes zei: 'Ik ben nu al zoo oud geworden, dat er twee molenstanderds op eenen stam zijn gewassen, maar nog nooit heb ik zoo'n taaie fikse fater gegeten.' Daarna verlieten allen onvoldaan de woning van den boer. Onderweg ontmoetten zij nog den knech tvan 't erf, die in dit late uur eerst huiswaarts keerde en een van de Kabouters riep hem toe: ‘Zeg, als gij 't huiskomt, tegen Adriaan dat Kyria dood is.'
't Huis gekomen vertelde de knecht terstond wat hij gehoord had en op 't zelfde oogenblik hoorde men in huis duidelijk eene onderaardsche stem: 'Och arme, is Kyria dood, dan vertrek ik ook.' Sedert dien dag waren in Aalst de Kabouters voor altijd verhuisd.
Onderwerp
SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   
Beschrijving
Bron
Motief
F481.0.1.3 - Cobold acquired by placing food for him in a certain place.   
F451.3.7.3 - Dwarfs given inedible food to eat.   
F451.9 - Dwarfs emigrate.   
F451.5.2.6 - Dwarfs punish.   
Commentaar
in a certain place; F451.3.7.3 Dwarfs given inedible food to eat; F451.9 Dwarfs emigrate; vgl. F451.5.2.6 Dwarfs punish.
NA 1890:255-256. Bewerking: Sinninghe 1933: 26-27 (no. 31), 1964: 25-26. S.S66.3, S70.2, S102.4; LS H61 Kobold und Scheissbrei.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Naam Overig in Tekst
Kabouter   
Kyria   
Adriaan   
Naam Locatie in Tekst
Aalst   
Plaats van Handelen
Aalst (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L256p   
