Hoofdtekst
Op de 'Biezenkuilen' onder Zeelst woonde voor eenige jaren een boer die in den pikdonkeren nacht geheel onverwacht een luchtreisje moest maken. Hij stond buiten voor de deur zijner woning en dacht - waaraan weet ik niet - maar toch zeker niet hieraan, dat hij op 't onverwachts door onzichtbare handen zou worden opgetild en medegevoerd. En toch, zoo gebeurde 't. Hij hoorde op eens in zijne onmiddellijke nabijheid eene stem welke zeide:
'Over heg en struik'. En op 't zelfde oogenblik voelde hij den grond wijken onder zijne voeten; hij werd opgetild hoog in de lucht en vooruit ging 't in snelle vaart. Nauw eenige seconden in westelijke richting voortgedragen, stiet hij den voet tegen iets hards, dat hem naderhand gebleken is 'het spit' van den toren te zijn geweest van 't kasteelke 'Het Slot' of 'Klein Erreve'. (Klein Erreve hetzelfde als 'Klein Eindhoven'.) Tegenwoordig is dat slot verdwenen en ligt tusschen de nog aanwezige grachten eene bouwhoeve, die nog altijd 'het Slot' heet. Hoelang de man door de lucht werd voortgedragen, wist hij niet te vertellen; maar toen hij weer vasten grond onder de voeten had, stond hij alleen - moerziel alleen in de Oorschotsche duinen. 't Was nog altijd nacht, maar de man bekende zich goed - heel goed. Wat bleef hem anders over dan maar te voet den terugweg aan te nemen naar huis. Ja - te voet! - hoe gemakkelijk en vlug hij ook de luchtreis gemaakt had, hoe sterk hij ook naar huis verlangde, toch zou hij niet graag weer worden opgenomen om op dezelfde wijze huiswaarts te worden gevoerd als hij gekomen was. Neje! nog veur heel Zeelst nie!
Ofschoon de boer den weg kende, moet hij toch wel verkeerd gegaan zijn, althans verscheidene malen kwam hij voor een der vele vennen in de groote hei. Dan moest hij weer omwegen maken en dat gaf dikwijls oponthoud. Toch kwam hij eindelijk op den grooten weg en door de hei en - toen eene gouden streep in 't Oosten de plaats aanduidde, waar weldra de gouden zon zou verrijzen - kwam onze boer voorbij Klein Erreve, keek angstvallig naar 't oude torentje en als hij dan dacht: 'door he'k te naacht mè men voet teige geschupt', dan voer hem nog een rilling door de leden en ging hem 'de hoor staal op z'nen kop swn'. Zonder ongevallen kwam ons boerke te huis en als hij naderhand zijn wedervaren vertelde - en hij deed 't zoo gaarne - dan was hij, zooals hij zei, nog altijd blij, dat hem de gunst te beurt was gevallen over heg en struik gedragen te worden.
Hij had meer van zulke gevallen gehoord; somwijlen ging 't ook, zooals de stem dan vooraf waarschuwde, deur heg en struik. En dan, - dan moest 't maar vooruit, recht vooruit, en zonder bulten, blauwe plekken, bemodderde voeten, schrammen en kleerscheuren kwam je d'r niet af.
En vroeg je dan den man, wie denk je dat dan die onzichtbaren zijn geweest? 'Wel', was dan 't antwoord, 'ik weet het niet, en gezien heb ik ook niks, maar dat zijn zeker de Kaboutermennekes geweest of - 't zou ook wel kunnen zijn - de bokkenrijders.'
Onderwerp
SINSAG 0690 - Fahrt durch die Luft   
Beschrijving
Bron
Motief
F282.4*c   
D2135.0.1.a   
G242.7.g   
D674 - Magic flight with the help of a he-goat.   
Commentaar
NA 1890: 256-257. Bewerking: Sinninghe 1933: 51-52 (no. 65), 1964: 46-47; vgl. Jansen 1978: 118. S.S690.2.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Naam Overig in Tekst
Biezenkuilen   
Het Slot   
Klein Erreve   
Klein Eindhoven   
Oorschotse   
Oosten   
Kaboutermennekes   
Bokkenrijders   
Naam Locatie in Tekst
Zeelst   
Plaats van Handelen
Zeelst (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L225p   
