Hoofdtekst
Kattendansen schenen in vroeger jaren geene zeldzaamheid te zijn. Vooral op afgelegen plaatsen hielden de katten gaarne hare nachtelijke bijeenkomsten en hij, die er toevallig onder verdwaald geraakte, mocht blij zijn er heelhuids en zonder kleerscheuren af te komen; vooral mocht men nooit naar eene kat schoppen of slaan, al bevond poes zich ook maar geheel alleen op den weg, want oogenblikkelijk zou men zich omringd of besprongen zien door een heelen drom van die zwarte dieren die alle geen katjes waren om zonder handschoenen aan te vatten. Zulke ontmoetingen hadden veelal plaats bij een bruggetje. Soms ook konden zulke katten spreken, zooals wij uit een paar verhaaltjes zullen zien.
Iemand uit Heeze, Jan Verhuijzen genaamd, ging op een winteravond naar eene 'spinning" even buiten 't dorp. Onderweg ontmoette hij een zwart katje, dat hij vroeg: 'Katje waarvan koomde gij?' En 't beestje antwoordde: 'van Hees'. De man zag dat hij verder kwam en bereikte dan ook gelukkig, zonder iets verdachts meer gehoord of gezien te hebben de boerenhofstede waar 't lustig toeging dien avond. Er werd gegeten en gedronken, gezongen en gedanst. Te midden der vreugde echter komt een zwart katje binnen, dat zong:
'Jan Verhuijzen vraagde mij:
'Poeske, waarvan koomde gij?'
Eene bom, midden onder den vroolijken troep geworpen, had niet meer schrik kunnen veroorzaken dan de komst van dit sprekende diertje. In een ommezien waren alle gasten verdwenen. Jan natuurlijk het eerst van allen. Sedert dien tijd, verzekert men, heeft Jan Verhuijzen geen spinningen meer bijgewoond.
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
Bron
Motief
B293.1 - Dance of cats.   
B211.1.8 - Speaking cat.   
G211.1.7 - Witch in form of cat.   
Commentaar
NA 1891: 436. Bewerking: Sinninghe 1933: 107 (no. 153), 1964: 111-112. S.S602.2.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Naam Overig in Tekst
Jan Verhuijzen   
Jan   
Naam Locatie in Tekst
Heeze   
Hees   
Plaats van Handelen
Heeze (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L261p   
