Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0030 - 1.30. Kattendansen

Een sage (boek), 1891

_fc020554-1aed-479b-bea4-e692e7c09c2b.jpeg

Hoofdtekst

1.30. Kattendansen
Een wever uit Geldrop had te Eindhoven zijn stuk afgeleverd en keerde laat in den avond huiswaarts. Halfweg Geldrop geraakte hij onder een hoop katten, die lustig schenen feest te houden. Een der zwarte dieren kwam op den onthutsten man toe toe en reikte hem een gevulden beker over. De wever, vol angst en vrees, nam werktuigelijk den met wijn gevulden beker in de hand. Door gebaren werd hem duidelijk gemaakt, dat hij den beker moest ledigen. Wat doen? Weigeren durfde hij niet, - drinken ook niet - en besluiteloos kon hij niet blijven staan. Bevend bracht hij den beker ter hoogte van den mond en sprak: 'in den name Gods'. Als een warrelwind stoven op deze woorden de katten ijlings her en der en in een ommezien waren alle spoorloos verdwenen. Daar stond me de man verlegen op zijn neus te kijken, of beter gezegd, op den beker te turen, waaruit hij door den schrik het heerlijke vocht op den grond had gestort. Een tijdje bleef de goeie man als aan den grond genageld en beschouwde den beker, die van zilver was. Toen besloot hij, zoo spoedig zijne beenen hem toelieten, naar huis te gaan en den beker te bewaren, tot iemand zou komen opdagen om hem terug te eischen. Maar niemand kwam en er verliepen vele jaren. Eindelijk dacht de wever: 'Kom, ik wil den beker, die zoo lang in de kist bewaard heeft gelegen, verkoopen.' En daarom nam hij hem op een keer mee naar de stad, om hem aan een goudsmid 'te verpatsen'. Deze ontdekte alras twee naamletters op 't voorwerp en wist spoedig aan wie het toebehoorde.
Op zijn herhaald vragen, hoe de wever in 't bezit van den beker was gekomen, kwam geen antwoord; doch toen de goudsmid van 'politie' en 'aangeven' praatte, verhaalde de onnoozele bloed zijn wedervaren met de katten op den Geldropschen weg. Nu was spoedig het raadsel opgelost, waarom de eigenares haren beker niet was komen terugeischen. De goeie man heeft echter nooit den naam der dame willen noemen.

Onderwerp

SINSAG 0502 - Der goldene (silberne) Becher.    SINSAG 0502 - Der goldene (silberne) Becher.   

Beschrijving

Man komt 's avonds in groep feestvierende katten terecht die hem een beker geven die hij moet uitdrinken. Hij doet alsof en spreekt Gods naam uit, waarop de katten verdwijnen. De man neemt de beker mee, maar niemand komt de beker opeisen. Na jaren ontdekt de goudsmid aan wie hij de beker wil verkopen, naamletters op de beker en wordt bekend wie de eigenares is. Na het verhaal van de man wordt duidelijk waarom de vrouw haar beker nooit terugvroeg.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 35-36

Motief

G243 - Witch‘s sabbath.    G243 - Witch‘s sabbath.   

F352.1 - Theft of cup (drinking horn) from fairies when they offer mortal drink.    F352.1 - Theft of cup (drinking horn) from fairies when they offer mortal drink.   

F382.3 - Use of God‘s name nullifies fairies’ power.    F382.3 - Use of God‘s name nullifies fairies’ power.   

Commentaar

1891
Motieven: G243 Witch's sabbath; G248.1.a Minister joins feast of witches, asks grace before beginning to eat. The witches disappear, leaving him with all food, fine plate; vgl. G271.2.3.a Man at feast of witches asks grace, witches disappear, F352.1 Theft
of cup from fairies when they offer mortal drink; F382.3 Use of God's name nullifies fairies' power.
NA 1891: 436-437. Bewerking: Kleyntjes & Knippenberg 1926: 46-50. Vermelding: Sinninghe 1933: 92 (no. 131), 1964: 99; vgl. Jansen 1978: 20.S.S502.2, vgl. ML 6045 Drinking cup stolen trom fairies.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Der goldene (silberne) Becher. Becher bleibt nach Katzentanz zurück, weil Vorübergehender, zum Trinken gezwungen, Gottes Namen nennt. (Becher erweist sich als Eigentum einer reichen Hexe; Becher wird in der Familie bewahrt oder an die Kirche übergeben).

Naam Overig in Tekst

Gods    Gods   

Geldropse    Geldropse   

Naam Locatie in Tekst

Geldrop    Geldrop   

Eindhoven    Eindhoven   

Plaats van Handelen

Geldrop (Noord-Brabant)    Geldrop (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20