Hoofdtekst
1.37. Betooverde hazen
Een strooper uit S. zat op een avond in een loerkuil. Niet heel lang had hij uitgekeken of een kolossale haas kwam spelend en huppelend in zijne nabijheid, ging nu en dan op de achterpooten staan en zette de lepels rechtop. Toen dit prachtexemplaar onder schot gekomen was, verlustigde zich de jager nog een oogenblik in dit zeldzame gezicht en - paf! het schot valt. De haas was niet getroffen, maar terzelfder tijd zag de jager zich omringd door honderden hazen, die hem op de vlucht dreven en hem niet verlieten voor hij onder de huizen van zijn dorp gekomen was.
Een strooper uit S. zat op een avond in een loerkuil. Niet heel lang had hij uitgekeken of een kolossale haas kwam spelend en huppelend in zijne nabijheid, ging nu en dan op de achterpooten staan en zette de lepels rechtop. Toen dit prachtexemplaar onder schot gekomen was, verlustigde zich de jager nog een oogenblik in dit zeldzame gezicht en - paf! het schot valt. De haas was niet getroffen, maar terzelfder tijd zag de jager zich omringd door honderden hazen, die hem op de vlucht dreven en hem niet verlieten voor hij onder de huizen van zijn dorp gekomen was.
Onderwerp
SINSAG 0341 - Die vermehrten Hasen: wenn der Jäger (Wilderer) auf einen schiesst, zeigen sich viele.
  
Beschrijving
Schot van jager mist grote haas, maar meteen wordt jager omringd door honderden hazen die hem op de vlucht naar huis begeleiden.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 38
Motief
G265.8.3.1.1 - Gun bewitched so that it will not hit target.   
Commentaar
1892
Motief: G265.8.3.1.1 Gun bewitched so that it will not hit target (vgl. 1.13).
NA 1892: 602-603. Bewerking: Sinninghe 1933: 78 (no. 107), 1964: 63. S.S341.4.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
NA 1892: 602-603. Bewerking: Sinninghe 1933: 78 (no. 107), 1964: 63. S.S341.4.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Die vermehrten Hasen: wenn der Jäger (Wilderer) auf einem schiesst, zeigen sich viele
Naam Overig in Tekst
S.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
