Hoofdtekst
1.36. Kabouters
Voor vele jaren leefde te Veldhoven een braaf, oud man, die bij een boer besteed was, hard werken moest en naar evenredigheid niet te eten kreeg. Op zekeren dag, toen de stumper bezig was een veld te tuilen, zag hij aan 't einde der voor eenige kleine bordjes staan, beladen met heerlijk geurende pannekoekjes. Schoon onze man er wel een begeerig oog op sloeg, durfde hij er echter niet van te nemen en - ploegde voort. Toen hij ten derden male weer aan 't einde der voor gekomen was, stonden de struifkes nog op dezelfde plaats lekker te dampen. Onze bloed durfde nog niet toe te tasten maar hield toch 't paard stil en sloeg gedachteloos met den ploegstok op den grond. Daar hoort hij opeens een helder fijn stemmetje, dat uit den grond scheen te komen: 'Buurman, buurman! eet de struifkens maar op.' Onze man schepte moed en verstoutte zich een struifje te nemen, dat hij met smaak opat en - eer een kwartiertje verloopen was waren de bordjes leeg. Welgemoed en welgedaan zette hij Bles weer aan tot den arbeid en ploegde voort. Toen de oude weer terugkeerde op de plaats waar de bordjes stonden, waren deze weer even geheimzinnig verdwenen als zij gekomen waren.
Voor vele jaren leefde te Veldhoven een braaf, oud man, die bij een boer besteed was, hard werken moest en naar evenredigheid niet te eten kreeg. Op zekeren dag, toen de stumper bezig was een veld te tuilen, zag hij aan 't einde der voor eenige kleine bordjes staan, beladen met heerlijk geurende pannekoekjes. Schoon onze man er wel een begeerig oog op sloeg, durfde hij er echter niet van te nemen en - ploegde voort. Toen hij ten derden male weer aan 't einde der voor gekomen was, stonden de struifkes nog op dezelfde plaats lekker te dampen. Onze bloed durfde nog niet toe te tasten maar hield toch 't paard stil en sloeg gedachteloos met den ploegstok op den grond. Daar hoort hij opeens een helder fijn stemmetje, dat uit den grond scheen te komen: 'Buurman, buurman! eet de struifkens maar op.' Onze man schepte moed en verstoutte zich een struifje te nemen, dat hij met smaak opat en - eer een kwartiertje verloopen was waren de bordjes leeg. Welgemoed en welgedaan zette hij Bles weer aan tot den arbeid en ploegde voort. Toen de oude weer terugkeerde op de plaats waar de bordjes stonden, waren deze weer even geheimzinnig verdwenen als zij gekomen waren.
Onderwerp
SINSAG 0072 - Der Pfannkuchen der Erddämonen   
Beschrijving
Op een akker staan kleine bordjes met pannekoeken, maar de man die aan het ploegen is durft ze niet te pakken. Pas als een stemmetje dat uit de grond lijkt te komen hem aanmoedigt ze op te eten, eet hij de bordjes leeg. Hij gaat weer aan het werk, en als hij weer op de plaats komt waar de bordjes stonden, zijn ze verdwenen.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 38
Motief
F451.5.1.6 - Other gifts from dwarfs.   
F338.a   
Commentaar
1892
Motief: F451.5.1.6 Other gifts from dwarfs; vgl. F338.a Plough- man mends fairy peel, oven, seat, or other object. The fairy leaves delicious food for ploughman.
NA 1892: 602. Bewerking: Sinninghe 1933: 22 (no. 19), 1964: 21; vgl. Jansen 1978: 150. S.S72.1.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
NA 1892: 602. Bewerking: Sinninghe 1933: 22 (no. 19), 1964: 21; vgl. Jansen 1978: 150. S.S72.1.
1. Schoolmeester en essayist. Verhalen vanuit Zeelst verzameld Opgetekend, verzameld en in vorm gegoten door Jacques Cuijpers (1850-1926), hoofdonderwijzer te Zeelst. Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 - okt. 1884), II (okt. 1884 - okt. 1885), en de Noordbrabantsche (Volks-) Almanak (NA), beide onder redactie van August Sassen. Cuijpers was goed bevriend met Sassen. Met hem en anderen placht hij wandelingen door de Noordbrabantse Kempen en de Peel te maken, waarbij onder meer aandacht werd geschonken aan de plaatselijke volkscultuur. De lichte spot die uit zijn verhalen klinkt wijst op een zeker cynisme tegenover het hem vertelde. Tegenover Sassen liet hij meer dan in de verhalen dit duidelijk uitkomen. Zo schreef hij over de verenkrans, die voor velen hét bewijs van hekserij was: 'Ze vullen ze op met wat de lui hebben. Draadjes vindt men allicht in de peluws; deze doen de veren ineen rollen, en 't is geen wonder er een lapje of een strooitje bij te vinden. En al zal zoo'n rommel ook al heel weinig geleken hebben op een krans of een poppetje - de verbeelding zal daar wel alles van kunnen maken, wat bijgeloovige menschen er in zien willen.' (brief aan Sassen, dd. 5 juli 1890, verz. Sassen inv. no. BB26).
Naast volksverhalen verzamelde meester Cuijpers materiaal betreffende allerhande volksgebruiken zoals kinderrijmen, kalendergebruiken, e.a. hetgeen eveneens in de genoemde tijdschriften gepubliceerd werd.
Der Pfannkuchen der Erddämonen (wer davon isst, wird gesund; wer ihn stehen lässt, stirbt)
Naam Overig in Tekst
Bles   
Naam Locatie in Tekst
Veldhoven   
Plaats van Handelen
Veldhoven (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L255p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
