Hoofdtekst
Van de Kaboutermannekens die in de heide en de bergjes achter het Boscheind hebben gewoond, waar vele heidensche door mij geopende grafheuvelen liggen, mochten de inwoners van dit dorp langen tijd menigvuldlge diensten genieten. Wanneer de huislieden deze verlangden, kwamen twee Kabouters die verrichten.
Op de kas of de tafel vonden ze eenen stuiver of een ander geldstuk, dat de huisgenooten daar opzettelijk voor hen gelegd hadden. Wilden de boeren geboterd hebben, dan plaatsten zij het geld op de stand of karn. Om bij dat werk warm water te hebben, stookte de eene Kabouter het vuur, terwijl de andere boterde. Zoo dikwijls de huislieden de Kabouters verwachtten maakten ze eenige spijs gereed, eer ze slapen gingen; dit eten nuttigden de dwergen eerst, waarna zij den noodigen arbeid sprakeloos en zonder het minste gedruisch deden. Eens hadden de huisbewoners leder, in kleine stukjes gesneden, voor de Kabouters op het vuur gezet, terwijl een der huisgenooten, in stede van naar bed te gaan, op den zolder ging liggen om te zien, hoe hun die vreemde kost zou bevallen. Een der mannekens zei; 'Het is taaie fikkefak!' Zij aten het evenwel en verrichtten het werk zooals gewoonlijk.
Op eenen anderen nacht bespiedde een huisman het boteren der Kabouters door eene zolderspleet. Een der mannekens zag dit en zei tegen het andere: 'Blaas die piepmusch het oog uit!' Dat werd gedaan. Hierna begon eerst het boteren. Behalve dit werk kwamen zij dikwijls den vloer schuren, brood bakken, vlas zwongen en graan dorschen, dit laatste veeltijds in den bakoven.
Een boer, op de Bokshei onder Eersel wonende, kwam eens van een reisje, waarop hij eenen os had gekocht langs de heuvelen niet verre van de toen bestaande Zandhoef, toen hij eenen Kabouter hem hoorde naroepen: 'Adriaan! Zeg tegen Cristiaan dat Kyrië dood is!' De boer ontstelde, doch zag niemand. Thuis gekomen, vertelde hij zijn geval, waarop een onder tafel zittend Kabouterken zei: 'Is Kyrië dood!?' Verschrikt zagen de huisgenooten naar de plaats van waar de stem kwam, maar de Kabouter was weg.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Bron
Motief
F451.4.1.9 - Burial places (barrows, howes) as homes of dwarfs.   
F211.0.1 - Prehistoric burial mounds as dwellings of fairies.   
F451.3.4.0.1 - Dwarf workmen heard at night.   
F451.4.1 - Dwarfs live under the ground.   
F964 - Extraordinary behavior of fire.   
F211.3 - Fairies live under earth.   
Commentaar
OV IV: 93-94. Bewerking: Sinninghe 1933: 21-22 (no. 18), 24-25 (no. 28), 1964: 20-21, 23; Biemans 1973: 31-32; vgl. Jansen 1978: 163. S.S63.7, S.65.4, S.66.2, S.101.4
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Naam Overig in Tekst
Kabouter   
Kaboutermanneke   
Bokshei   
Zandhoef   
Adriaan   
Cristiaan   
Kyrië   
Naam Locatie in Tekst
Luiksgestel   
Boscheind   
Eersel   
Plaats van Handelen
Luyksgestel (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K242p   
