Hoofdtekst
Er woonden in den Kabouterberg, gedurende eenen zeer langen tijd, verscheidene Kaboutermannekens, niet hooger dan ongeveer anderhalven voet. Het waren zeer gedienstige ventjes die, vooral in de nabij gelegene boerenhuizen, velerlei arbeid verrichtten doch er nooit iets stolen. Enkele malen droegen zij de rogge, die zij in de schuur gedorschen en gezuiverd hadden, op den zolder van eenen anderen eigenaar. Een huis, omtrent 4 minuten van den Kabouterberg gelegen, en onder het gehucht Hoog-Casteren behoorende, wordt nog aangeduid als de werkplaats dezer Kaboutermannekens, die bij den arbeid welken zij in den nacht verrichtten, soms wel gehoord, doch niet gezien werden.
Dagen achtereen zagen echter voorbijgangers eenige Kaboutermannekens nabij hunnen woonberg droevig heenwandelen, terwijl zij nu en dan riepen dat Kyrië, die de voornaamste of de aanvoerder van hen schijnt geweest te zijn, gestorven was. Kort daarop zijn alle Kaboutermannekens van hier voor altoos verdwenen. Zij waren toen, zoo sommigen meenen, ongeveer ten getalle van twintig.
Enkele inwoners van Hoogeloon verzekeren van de oudste lieden die zij hier gekend hebben, menigmaal te hebben vernomen, dat de laatste Kabouters op zekeren dag genoodzaakt werden op bevel van den Paus, in eenen wagen te vertrekken.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Bron
Motief
F451.3.4.0.1 - Dwarf workmen heard at night.   
F451.9.1.15 - Dwarfs emigrate when their king dies.   
F451.9.1.6 - Dwarfs emigrate because Christianity offends them.   
Commentaar
OV IV: 92-93. Bewerking: Sinninghe 1933: 22-23 (no. 21), 24 (no. 25), 1964: 21, 22; Biemans 1973: 30- 31; vgl. Kunst 1972: 31-32 (no. 125).S.S63.10, S.102.2, S.103.12.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Naam Overig in Tekst
Kaboutermanneke   
Kabouterberg   
Hoog-Casteren   
Kyrië   
Paus   
Naam Locatie in Tekst
Hoogeloon   
Plaats van Handelen
Hoogeloon (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
K217p   
