Hoofdtekst
2.70. Een man door eenen geest den baard geschoren
Al lang geleden trad op een laten avond of nacht een persoon, zoo bleek en mager als een geest, zeker huis te Zeelst binnen. Hij haalde zeep, water en een scheermes te voorschijn, zette eenen stoel gereed en gaf teeken aan eenen man die in dat vertrek te bed lag, zich daarop te plaatsen om geschoren te worden. De man, zeer onthutst en bevreesd, durfde zulks niet doen; de geest wenkte hem andermaal, doch de man bleef nog te bed. Toen duidde de geest wat ernstiger den bangen man aan zijn verlangen te voldoen. De man, niet langer durvende aarzelen, stond op en nam plaats op den gereedstaanden stoel, waarna de geest hem op eene gewone wijze den baard schoor. Bij deze handeling huiverde de man ontzettend: de handen van den gedienstigen barbier drukten ijskoud op zijn aangezicht. Nadat de geest zijn scheergereedschap bij zich gestoken had, verdween hij. De geschorene had na dien tijd nooit baard meer; ook verloor hij spoedig zijn hoofdhaar en kreeg geen ander weder.
Al lang geleden trad op een laten avond of nacht een persoon, zoo bleek en mager als een geest, zeker huis te Zeelst binnen. Hij haalde zeep, water en een scheermes te voorschijn, zette eenen stoel gereed en gaf teeken aan eenen man die in dat vertrek te bed lag, zich daarop te plaatsen om geschoren te worden. De man, zeer onthutst en bevreesd, durfde zulks niet doen; de geest wenkte hem andermaal, doch de man bleef nog te bed. Toen duidde de geest wat ernstiger den bangen man aan zijn verlangen te voldoen. De man, niet langer durvende aarzelen, stond op en nam plaats op den gereedstaanden stoel, waarna de geest hem op eene gewone wijze den baard schoor. Bij deze handeling huiverde de man ontzettend: de handen van den gedienstigen barbier drukten ijskoud op zijn aangezicht. Nadat de geest zijn scheergereedschap bij zich gestoken had, verdween hij. De geschorene had na dien tijd nooit baard meer; ook verloor hij spoedig zijn hoofdhaar en kreeg geen ander weder.
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
Beschrijving
Op een avond komt een persoon, bleek en mager als een geest, een huis binnen en verlangt dat de aanwezige man zich laat scheren. Na enkele malen aandringen durft de man niet meer te weigeren. Het scheren gaat op de gewone manier, maar de handen van de geest zijn ijskoud. De geschorene krijgt daarna nooit meer een baard, ook zijn hoofdhaar verliest hij en komt niet meer terug.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 76-77
Motief
F473.3L   
Commentaar
1892
Motief: F473.3L Spirit places cold hand on person.
OV IV: 229-230. Bewerking: Sinninghe 1933: 83-84 (no. 120), 1964: 83; Biemans 1973: 61. S.S452.1.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
OV IV: 229-230. Bewerking: Sinninghe 1933: 83-84 (no. 120), 1964: 83; Biemans 1973: 61. S.S452.1.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Begegnung mit Geistern & SINSAG 0478 Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen
Naam Locatie in Tekst
Zeelst   
Plaats van Handelen
Zeelst (Noord-Brabant)   
Kloekenummer in tekst
L225p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
