Hoofdtekst
2.71. Vluchtende verschrikkers
In het begin dezer eeuw, toen de 'spinningen' nog in vollen gang waren, hadden eens zeven jongelingen te Lommel onderling afgesproken, om de jongedochters te verschrikken, die van dit winteravondgezelschap zouden huiswaarts keeren. Om hun doel te kunnen bereiken, plaatsten de gemelde jonkmans zich, ieder met een wit hemd over de kleederen getrokken, achter eenen met hout begroeiden wal of eene hooge heg, om de terugkomst der spinsters van het dorp naar het gehucht waar zij woonden, af te wachten. Middelerwijl zagen de schrikaanjagers dat zij in plaats van met zevenen, met achten waren, want Heintje Pek was er, in een kleedsel, aan het hunne gelijk, onafgesproken en geheel onopgemerkt, bij gekomen. Met zijn onverwacht gezelschap weinig op hun gemak, liepen de zeven jonge mannen, onder den indruk van denzelfden schrik, in alle richtingen als eene vlucht eenden na het geweerschot van eenen jager. Zij die anderen wilden vrees aanjagen, werden nu op dezelfde plaats met zoodanigen schrik bevangen, dat zij eenparig besloten zich in het vervolg van dergelijke grappen te onthouden. Waar Joostje gebleven was, wisten ze zoomin te zeggen, als op welke wijze hij bij hen verscheen.
In het begin dezer eeuw, toen de 'spinningen' nog in vollen gang waren, hadden eens zeven jongelingen te Lommel onderling afgesproken, om de jongedochters te verschrikken, die van dit winteravondgezelschap zouden huiswaarts keeren. Om hun doel te kunnen bereiken, plaatsten de gemelde jonkmans zich, ieder met een wit hemd over de kleederen getrokken, achter eenen met hout begroeiden wal of eene hooge heg, om de terugkomst der spinsters van het dorp naar het gehucht waar zij woonden, af te wachten. Middelerwijl zagen de schrikaanjagers dat zij in plaats van met zevenen, met achten waren, want Heintje Pek was er, in een kleedsel, aan het hunne gelijk, onafgesproken en geheel onopgemerkt, bij gekomen. Met zijn onverwacht gezelschap weinig op hun gemak, liepen de zeven jonge mannen, onder den indruk van denzelfden schrik, in alle richtingen als eene vlucht eenden na het geweerschot van eenen jager. Zij die anderen wilden vrees aanjagen, werden nu op dezelfde plaats met zoodanigen schrik bevangen, dat zij eenparig besloten zich in het vervolg van dergelijke grappen te onthouden. Waar Joostje gebleven was, wisten ze zoomin te zeggen, als op welke wijze hij bij hen verscheen.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Zeven jongen zijn van plan om de meisjes die 's avonds op weg naar huis zijn schrik aan te jagen door als geesten verkleed te gaan. Als ze merken ze dat er onverwacht en onopgemerkt een achtste persoon is, slaan ze op de vlucht en besluiten nooit meer zulke grappen uit te halen.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 77
Motief
K1833 - Disguise as ghost.   
G303.6 - Circumstances of the devil‘s appearance.   
Commentaar
1892
Motieven: K1833 Disguise as ghost; G303.6 Circumstances of the devil's appearance.
OV IV: 230. Bewerking: Biemans 1973: 62.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
OV IV: 230. Bewerking: Biemans 1973: 62.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Andere Begegnungen mit dem Teufel
Naam Overig in Tekst
Heintje Pek   
Joostje   
Naam Locatie in Tekst
Lommel   
Plaats van Handelen
Lommel (BeLb)   
Kloekenummer in tekst
K278p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
