Hoofdtekst
2.76. Eene heks en een mol
Van de kermis van Klein-Breugel naar Westerhoven terugkeerende, kwam J. Verkooien eens langs een gehucht van Neerpelt, toen eene vrouw hem naderde en hem vroeg of hij van Klein-Breugel kermis kwam. Hij wist dat die vrouw voor eene heks bekend stond, verschrikte en ging zijns weegs, zonder nauwelijks te antwoorden. Pas eenige schreden verder, liep een schoone mol, veel grooter dan een gewone, vóór Verkooien over den weg. De heks wist hem hiermede erg te ontstellen.
Van de kermis van Klein-Breugel naar Westerhoven terugkeerende, kwam J. Verkooien eens langs een gehucht van Neerpelt, toen eene vrouw hem naderde en hem vroeg of hij van Klein-Breugel kermis kwam. Hij wist dat die vrouw voor eene heks bekend stond, verschrikte en ging zijns weegs, zonder nauwelijks te antwoorden. Pas eenige schreden verder, liep een schoone mol, veel grooter dan een gewone, vóór Verkooien over den weg. De heks wist hem hiermede erg te ontstellen.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een vrouw, bekend staand als heks, vraagt aan een man die van een kermis op weg is naar huis of hij van de kermis komt. De man geeft geen antwoord, maar even later loopt een buitengewoon grote mol voor hem uit.
Bron
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 79
Motief
G225.7.e   
Commentaar
1892
Motief: G225.7.e Mole as witch's familiar.
OV V: 18. Bewerking: Biemans 1973: 65; Sinninghe 1978: 80. S.S594.8.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
OV V: 18. Bewerking: Biemans 1973: 65; Sinninghe 1978: 80. S.S594.8.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.
Andere Begegnungen mit Hexentieren
Naam Overig in Tekst
Klein-Breugel   
J. Verkooien   
Naam Locatie in Tekst
Westerhoven   
Neerpelt   
Plaats van Handelen
Neerpelt (BeLb)   
Kloekenummer in tekst
L312p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
