Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BLECOURTNB0131 - 2.85. De doodenput onder Luiksgestel

Een sage (boek), 1893

Hoofdtekst

2.85. De doodenput onder Luiksgestel
Waarom dit moeras of soort van vijver - het is sedert onheugelijken tijd aan drie zijden met een walleken omringd - in de heide de Amprijt dien naam draagt, is geheel onbekend. Aan den Doodenput (Dooput, Dooiput) verbindt het volk eene legende, die op de volgende wijze verhaald wordt.
Eens kwam daar een militaire ruiter, op weg naar een dorp. Tot welk leger of rijk hij behoorde en wanneer het geschied is, weet men niet meer, want het moet heel lang geleden zijn. Hij bemerkte tot zijne vreugde dat waterrijk ven, waaruit zijn dorstig peerd drinken kon, en terwijl het zijnen dorst leschte, bleef hij er op zitten, maar langzamerhand geraakte het verzonken in het moeras en verder in den put die omtrent het midden van het ven bestaat, zoodat man en peerd daarin de dood vonden. Van dien tijd af wordt dat ven, hetwelk vroeger geenen of eenen anderen naam zou gedragen hebben, de 'Dooiput' geheeten. Het moet oudtijds nog dieper geweest zijn; want door het roten van vlas, kemp of hout en door andere omstandigheden werd mogelijk de bodem eenigszins hooger.

Beschrijving

Naam van een put is verbonden aan het verhaal van een ruiter die samen met zijn paard verzinkt in het ven.

Bron

Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Noord Brabant, Utrecht [etc.]: Het Spectrum, 1980. p. 83

Commentaar

1893
OV V: 74. Bewerking: Sinninghe 1933: 280 (no. 326); Biemans 1973: 72.
2. De archeologie van het vertellen. Verhalen uit de Kempen
Opgetekend, verzameld en bewerkt door Petrus Norbertus Panken. Panken werd geboren te Duizel op 6 september 1819. Hij was vanaf 1840 tot 1863 onderwijzer te Westerhoven en na zijn pensionering brievenbesteller te Bergeik, waar hij op 20 juli 1904 overleed. Hij was een pionier op het gebied van de Noordbrabantse archeologie, daartoe o.a. geïnspireerd door C.R. Hermans (zie Biemans 1977). Een uitgebreide biografie van hem werd geschreven door Hein Mandos (1971). Zijn verhalen werden gepubliceerd in het Tijdschrift voor Noordbrabantsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde (TNG) I (okt. 1883 -okt. 1884) II (okt. 1884-okt. 1885), III (okt. 1885-okt. 1886) en in Ons Volksleven (OV) IV (1892), V (1893). Van de publicaties uit Ons Volksleven verscheen in 1893 een overdruk. Zijn Bergeikse verhalen verschenen bovendien in de Beschrijving van Bergeik (BB), dat hij samen met A.F.O. van Sasse van Ysselt schreef (1900).
Zijn handschriften, waaronder een Autobiografie of Eigen Levensbeschrijving en een dagboek zijn te raadplegen in het streekmuseum Eicha te Bergeik.

Naam Overig in Tekst

Amprijt    Amprijt   

Dooput    Dooput   

Dooiput    Dooiput   

Naam Locatie in Tekst

Luiksgestel    Luiksgestel   

Plaats van Handelen

Luiksgestel (Noord-Brabant)    Luiksgestel (Noord-Brabant)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20