Hoofdtekst
Voader was ’s ’n keer on ’t worspinne* zuke. Toen ie ien de struke was, gienge de struke van eiges uut mekoar. En toe stond ’r ’n gespens es ’n pjerd vör ’m. Voader liet de worspinne stoan en smèrden ’m no huus.
* Worstpinnen zijn doorns van de sleedoorn. Ze zijn scherp, dun en taai en van verschillende lengten. Ze werden ontdaan van de bast en gedroogd en vroeger (voor ± 50 - 60 jr) algemeen gebruikt bij de huisslachting om de zelfgemaakte worsten aan beide einden dicht te maken. Ik heb ze wel voor mijn moeder geplukt, maar helaas nooit een gespens gezien.
* Worstpinnen zijn doorns van de sleedoorn. Ze zijn scherp, dun en taai en van verschillende lengten. Ze werden ontdaan van de bast en gedroogd en vroeger (voor ± 50 - 60 jr) algemeen gebruikt bij de huisslachting om de zelfgemaakte worsten aan beide einden dicht te maken. Ik heb ze wel voor mijn moeder geplukt, maar helaas nooit een gespens gezien.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Man merkt hoe struiken vanzelf uit elkaar gaan en er een gedaante als een paard staat.
Bron
M.H. Dinnissen: Volksverhalen uit Gendt. Amsterdam 1993. Ed. A.J. Dekker & J.J. Schell (Nederlandse volksverhalen, deel 3)
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
