Hoofdtekst
Een boer (1) klimt op een leer naar de schuurzolder. Hij steekt zijn kop boven de zolder uit en hij ziet muizen lopen. Die muizen vluchten weg naar alle kanten, Hij ziet ook een gat in het rietdak. Je weet, hoe een boer is: hij wil een gat gedicht hebben. Toch heeft hij het niet gedaan. Hij was bang, dat hij een ziekte kreeg. Die boer heeft zo'n antipathie tegen dat riet, hij durft het nog niet met een stijlbezem aan te raken. Dat dak vervalt. Iedere keer ligt er weer riet op de zolder. Z'n vrouw zegt: "Laat het dak toch eens repareren. Voor die vijftig gulden". Maar die boer zegt: "Het gaat niet om die vijftig gulden". Hij wil het voor een ander niet weten. Die boer klimt weer op die ladder. Ziet weer die muizen gaan. Zoek het hele huis maar na, je vindt de muizen niet. Sloop de muren maar, je vindt de muizen niet. Ze zitten in het dak. Maar hij doet het niet (2). Hij zag in die muizen een voorbode. Hij denkt: "Als ik het doe, ben ik dood". Dat was een betoverde zolder.
(1) uit Gouderak
(2) d.w.z. het dak laten maken
(1) uit Gouderak
(2) d.w.z. het dak laten maken
Beschrijving
Een boer was bang om zijn rieten dak te laten maken omdat hij muizen op zijn schuurzolder zag en nergens anders. Dit was volgens hem een voorteken, als hij het dak zou repareren zou hij ziek worden en sterven.
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.
Commentaar
21 november 1962
Plaats van Handelen
Gouderak   
Kloekenummer in tekst
K014p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
