Hoofdtekst
D'r was een molenaar, die maalde in Ouwerkerk. De boeren kwamen met paard en wagen haver en rogge en gerst en tarwe brengen. Die molenaar stond op de wind te wachten. Hij had al hele voorraadschuren vol. Die man moest ervan eten. De wind kwam maar niet. Z'n vrouw verwachtte een baby. Dat kind wordt geboren. Diezelfde nacht dat dat kind wordt geboren, steekt er een zware wind op. Die molenaar denkt: "Als ik nou dat rad laat draaien, dan ligt daar die vrouw op bed". Die molen zegt: "Maak dat je weg bent. Want een molen, dat is de wind". Die man werd voortgedreven door iets, dat nog komen moest. Die molenaar brengt z'n baby achter in 't land. Hij komt bij een plank, die ruig bevroren was (1). Als er hazepootjes op staan, dan kan je over een plank heen, waar de vorst in zit. Er stonden geen hazepootjes op. Hij gaat er toch over heen. Hij legt dat kind neer bij de wetering, in dor gras. Hij terug naar de molen. Hij geeft z'n vrouw een zoen. "Zal ik nog draaien?" Die vrouw zegt: "Wat jij doet is goed". Hij gooit het rad los. Het gaat veel te hard. Alles was weg. Hij dacht aan het kind. De haver en de rogge kwamen netjes in de zakken. Maar niks was bruikbaar. De zakken waren allemaal gevuld. De boeren komen naar de molen. De molenaar totaal overstuur. Hij zegt de boeren schadeloosstelling toe. Hij gaat nog naar z'n vrouw toe. Gaf haar nog thee. Toen naar het land. De plank brak. Hij zat tot z'n middel in het water. Hij vloog met dat kind terug naar de molen. Hij zag dat de moeder niet meer leefde. De moeder was dood. Hij ging met het kind voor de molen staan en zei: "Dit is de lege wind".
(1) dus bros is
(1) dus bros is
Beschrijving
Een molenaar die maalde in Ouwerkerk stond op de wind te wachten die maar niet kwam. Z'n vrouw beviel van een kind en diezelfde nacht steekt er een zware wind op. Die molenaar denkt: "Als ik nou dat rad laat draaien, dan ligt daar die vrouw op bed." De molen zegt: "Maak dat je weg bent. Want een molen, dat is de wind." De molenaar gooit het rad los. Het gaat veel te hard en niks was bruikbaar. Hij zag dat de moeder niet meer leefde. Hij ging met het kind voor de molen staan en zei: "Dit is de lege wind."
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.
Commentaar
21 november 1962
Naam Locatie in Tekst
Ouwerkerk   
Plaats van Handelen
Ouwerkerk (Zeeland)   
Kloekenummer in tekst
I050p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
