Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVS007 - Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam

Een legende (), 1425 - 1434

Hoofdtekst

Van haer ander siechten. Dat sevende capitel
DEse maghet leet vele ander siecten als grooten hoofsweere toter doot toe, ende menichwerf menegherande tantsweer ende cortsse toter doot toe, ende dat water daer hiervoer af gheseit es, ende die siecte van die bule of die blare welker sij op eenen tijt twee hadde, ende om dat derde Onsen Lieven Heere bat inder eeren der Heilegher Drievoldicheit, ende si creech een in haer wanghe. Ende ontrent drie jaer voer haer doot creech si dat vierde in haer liesche ende behielt toter doot toe, ende scoerde dicke daer [220Rb] uut groote stucken van vleesch. Sij hadde oec mede eenen grooten steen in haer lijf daer sij mede sterf. In haer voerhooft hadde sij een scoere totter helft van haren nase. Ende in haer nederste lippe ende kinne hadde sij een scoere daer sij dicke niet af ghespreken en mochte, alst bloet daer in verharde. In haer rechte ooghe was sij te male blint, ende dat slincke ooghe was also teeder ende cranc, dat sij noch by daghe noch by nachte negheen natuerlijc licht sien en mochte. Ende daerom lach sij altoes in een doncker camer.
Omtrent XVIII jaer voer haer doot hadde sij gheleden die corts een jaer lanc over den derden dach. Ende doe ghevielt, dat haer dinghel vraechde, of sij den corts noch meer woude lijden om haer vriende te verlossen uuten vagheviere. Sy antworde dat sijt gheerne woude lijden. Doe seyde dinghel, dat sij die corts totter doot soude lijden. Ende daermede soude sij verlossen vanden vagheviere alle die haer aen ghinghen toten neghende lede toe, ende oec mede ander ontallijke zielen. Ende dese corts leet sij also swaerlijc, dathet gheen mensche en soude moghen dincken of spreken, ende bi wijlen die quarteyn. [220Va]

Beschrijving

7. Liedewijs andere kwalen
Deze maagd had veel andere kwalen: grote zweren op haar hoofd, kiespijn, koorts, waterzucht en puisten. Toen ze twee puisten had, bad ze Onze Lieve Heer om een derde ter ere van de Heilige Drievuldigheid. Ze kreeg er één op haar wang. Ongeveer drie jaar vóór haar dood [1430] kreeg zij er in haar lies een vierde bij die ze tot haar dood behield. Daar krabde ze grote stukken huid af. Ook had ze een grote steen in haar blaas, die ze nog had toen ze stierf. Van haar voorhoofd tot het midden van haar neus liep een kloof. In haar onderlip en kin zat er eveneens een, zodat ze vaak niet praten kon als het bloed daarin gestold was. Haar rechter oog was helemaal blind en haar linker was zo gevoelig, dat ze geen enkel natuurlijk licht kon verdragen; daarom lag ze altijd in een verduisterde kamer.
Zo'n achttien jaar vóór haar sterfdag [1415] had zij een jaar de derdendaagse koorts. Toen de engel haar vroeg of zij nog langer koorts wilde verduren om haar vrienden te verlossen uit het vagevuur, antwoordde ze dat zij dat graag deed. De engel voorspelde dat zij daaraan tot haar dood toe zou lijden. Zodoende zou ze haar verwanten tot in de negende graad, alsook ontelbare andere zielen uit het vagevuur bevrijden. Ze had zo'n last van koortsaanvallen (en soms van de derdendaagse koorts), dat geen mens zich daarvan een voorstelling kan maken, laat staan het beschrijven.

Bron

Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).

Commentaar

ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/

Naam Overig in Tekst

Liedewij    Liedewij   

Onze Lieve Heer    Onze Lieve Heer   

Heilige Drievuldigheid    Heilige Drievuldigheid   

Lidwina van Schiedam    Lidwina van Schiedam   

Plaats van Handelen

Schiedam (Zuid-Holland)    Schiedam (Zuid-Holland)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21