Hoofdtekst
Vanden wijn die van Gods wegen onversienliken in haer canne gevonden wort. Ca. XVIII
DOemen screef MCCCC ende XII by Bamisse was te Sciedam een wijf siec vanden vallenden evel ende bat drincken voer goede liede doren, mer si en conste niet ghecrighen, want om vreesen van der siecten sloet een yeghelijc sijn dore. Doe Liedewy dit vernam, liet si dat wijf voer haer comen ende hiet haer dat si nemen soude dat kannekin dat bi haer stont op dat bert, ende drincken die wijn die sij daer in vonde. Doe dat siecke wijf dat hadde ghedaen, batsi om meer ende Liedewy gaf haer ghelt daer sij mede soude copen bier inde taveerne, want si en hadde niet meer te drincken by haer. Daer na bi den avont hadde Liedewy grooten dorst ende bat haren vader dat hi halen soude een half pinte wijns. Die vader seide dat hijt gheerne wilde doen, ende hi nam die canne vanden beerde of sy ledich hadde gheweest ende te hants bestorte hi hem met nieuwen wine die daer van Gods [228Vb] weghe onversienlike in was ghedaen. Doe Liedewy dat van haren vader vernam, verwonderde si haer seere ende danckede Onsen Lieven Heere grootelic daer af. Dese wijn was root ende also wel ghetempert van smake datmen daer gheen water toe en menghede, alsoemen tot haren anderen wijn plach te doene. Ende sy besegheden totter hoochtijt toe van Onser Liever Vrouwen Ontfanghenisse. Want doe wart hi uutgheghoten teghen Liedewys wille van Katrijnen - meester Symoens des barbieren wijf - die niet en wiste wat wijne dattet was, ende woude haer ander wijn bereyden, als sij plach te doen. Ende dese wijn was also goet, dat Liedewy seide dat sij nye alsulken wijn ghedroncken en hadde.
DOemen screef MCCCC ende XII by Bamisse was te Sciedam een wijf siec vanden vallenden evel ende bat drincken voer goede liede doren, mer si en conste niet ghecrighen, want om vreesen van der siecten sloet een yeghelijc sijn dore. Doe Liedewy dit vernam, liet si dat wijf voer haer comen ende hiet haer dat si nemen soude dat kannekin dat bi haer stont op dat bert, ende drincken die wijn die sij daer in vonde. Doe dat siecke wijf dat hadde ghedaen, batsi om meer ende Liedewy gaf haer ghelt daer sij mede soude copen bier inde taveerne, want si en hadde niet meer te drincken by haer. Daer na bi den avont hadde Liedewy grooten dorst ende bat haren vader dat hi halen soude een half pinte wijns. Die vader seide dat hijt gheerne wilde doen, ende hi nam die canne vanden beerde of sy ledich hadde gheweest ende te hants bestorte hi hem met nieuwen wine die daer van Gods [228Vb] weghe onversienlike in was ghedaen. Doe Liedewy dat van haren vader vernam, verwonderde si haer seere ende danckede Onsen Lieven Heere grootelic daer af. Dese wijn was root ende also wel ghetempert van smake datmen daer gheen water toe en menghede, alsoemen tot haren anderen wijn plach te doene. Ende sy besegheden totter hoochtijt toe van Onser Liever Vrouwen Ontfanghenisse. Want doe wart hi uutgheghoten teghen Liedewys wille van Katrijnen - meester Symoens des barbieren wijf - die niet en wiste wat wijne dattet was, ende woude haer ander wijn bereyden, als sij plach te doen. Ende dese wijn was also goet, dat Liedewy seide dat sij nye alsulken wijn ghedroncken en hadde.
Beschrijving
18. Over de wijn die van Godswege onverwachts in Liedewijs kan zat
In 1412 leed een vrouw in Schiedam aan de vallende ziekte. Ze bedelde om drinken maar kreeg niets uit angst voor haar ziekte. Liedewij liet de vrouw bij zich komen en gaf haar wijn uit het kannetje dat bij haar op een plank stond. De zieke vrouw vroeg om meer, waarop Liedewij haar geld gaf om bier te kopen in de herberg, want Liedewijs wijn was op. Tegen de avond kreeg Liedewij dorst en vroeg haar vader wijn te halen. Welwillend greep hij de kan van de plank en de wijn die daar onverwachts door Gods toedoen in zat, gutste over hem heen. Deze rode wijn was voortreffelijk en ze dronk er twee maanden van.
In 1412 leed een vrouw in Schiedam aan de vallende ziekte. Ze bedelde om drinken maar kreeg niets uit angst voor haar ziekte. Liedewij liet de vrouw bij zich komen en gaf haar wijn uit het kannetje dat bij haar op een plank stond. De zieke vrouw vroeg om meer, waarop Liedewij haar geld gaf om bier te kopen in de herberg, want Liedewijs wijn was op. Tegen de avond kreeg Liedewij dorst en vroeg haar vader wijn te halen. Welwillend greep hij de kan van de plank en de wijn die daar onverwachts door Gods toedoen in zat, gutste over hem heen. Deze rode wijn was voortreffelijk en ze dronk er twee maanden van.
Bron
Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).
Commentaar
ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/
Naam Overig in Tekst
Liedewij   
Sint-Baafsdag   
God   
Naam Locatie in Tekst
Schiedam   
Plaats van Handelen
Schiedam (Zuid-Holland)   
Kloekenummer in tekst
K003p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
