Hoofdtekst
Van haer begravinge. Capitel XLIIII
DAer na - des vriendaechs na den heilighen daghen doe die hoemesse ghesonghen was - wart si begraven omtrent XII uren opten middach aen die zuytsijde van den kerchove van Sente Jans Baptiste kercke te Scyedam in een op ghemetst graf van steenen. Die kiste en es op die eerde niet gheset, noch met eerden ghedect, maer het es gheset op balken die dweers over dat graf gheleyt sijn. Si hadde ghebeden voer haer doot, datmen haer lichaem op gheen eerde en soude setten, noch met gheenre eerden en soude bedecken, ghelijken als si op die tijt in XXX jaren op gheen eerde en [242Ra] hadde gheraect of gheruert. Ende daer om wert sy aldus begraven. Dat bovenste vanden grave dat boven die eerde es verheven, dat es ghedecket met enen roeden sarke ende es binnen suverlijc bemaelt met crucen alsmen ghewoenlijc es te maken in kerken diemen wyën sal.
Hier na quamen tot haren grave vele pelgrijms met menigherande offerande die seyden dat sy - overmits beloften die si Onsen Lieven Heere ende deser heiligher maghet hadden ghedaen - vander coortsen ende steen ende ander siecten waren verlost. Ende daer om metten ghemeenen rade lieten die kercmeesters in dat naeste jaer daer op tymmeren een steynen capelle met enen altaer in die eere Gods ende Onser Liever Vrouwen. Amen.
DEO GRACIAS SEMPER (Gode zij altijd dank)
DAer na - des vriendaechs na den heilighen daghen doe die hoemesse ghesonghen was - wart si begraven omtrent XII uren opten middach aen die zuytsijde van den kerchove van Sente Jans Baptiste kercke te Scyedam in een op ghemetst graf van steenen. Die kiste en es op die eerde niet gheset, noch met eerden ghedect, maer het es gheset op balken die dweers over dat graf gheleyt sijn. Si hadde ghebeden voer haer doot, datmen haer lichaem op gheen eerde en soude setten, noch met gheenre eerden en soude bedecken, ghelijken als si op die tijt in XXX jaren op gheen eerde en [242Ra] hadde gheraect of gheruert. Ende daer om wert sy aldus begraven. Dat bovenste vanden grave dat boven die eerde es verheven, dat es ghedecket met enen roeden sarke ende es binnen suverlijc bemaelt met crucen alsmen ghewoenlijc es te maken in kerken diemen wyën sal.
Hier na quamen tot haren grave vele pelgrijms met menigherande offerande die seyden dat sy - overmits beloften die si Onsen Lieven Heere ende deser heiligher maghet hadden ghedaen - vander coortsen ende steen ende ander siecten waren verlost. Ende daer om metten ghemeenen rade lieten die kercmeesters in dat naeste jaer daer op tymmeren een steynen capelle met enen altaer in die eere Gods ende Onser Liever Vrouwen. Amen.
DEO GRACIAS SEMPER (Gode zij altijd dank)
Beschrijving
44. Liedewijs begrafenis
Op de vrijdag 17 april na Pasen werd Liedewij na de uitvaartmis rond het middaguur aan het kerkhof van de Sint-Janskerk in Schiedam begraven in stenen graf. Omdat Liedewij zelf in dertig jaar geen voet op de aarde had gezet werd de kist op balken die dwars over de bodem van het graf lagen gezet. Het bovengrondse gedeelte van het graf werd voorzien van een rode zerk die aan de binnenkant volledig beschilderd was met kruisen. Die bracht men gewoonlijk alleen aan in kerken die gewijd moesten worden. Veel pelgrims bezochten het graf en brachten offeranden. Zij beweerden dat ze dankzij hun geloften aan God en Maria waren genezen van allerlei ziektes. De kerkmeesters en het stadsbestuur lieten daarom een jaar later een stenen kapel bouwen boven het graf, met een altaar ter ere van God en Maria. Amen.
Op de vrijdag 17 april na Pasen werd Liedewij na de uitvaartmis rond het middaguur aan het kerkhof van de Sint-Janskerk in Schiedam begraven in stenen graf. Omdat Liedewij zelf in dertig jaar geen voet op de aarde had gezet werd de kist op balken die dwars over de bodem van het graf lagen gezet. Het bovengrondse gedeelte van het graf werd voorzien van een rode zerk die aan de binnenkant volledig beschilderd was met kruisen. Die bracht men gewoonlijk alleen aan in kerken die gewijd moesten worden. Veel pelgrims bezochten het graf en brachten offeranden. Zij beweerden dat ze dankzij hun geloften aan God en Maria waren genezen van allerlei ziektes. De kerkmeesters en het stadsbestuur lieten daarom een jaar later een stenen kapel bouwen boven het graf, met een altaar ter ere van God en Maria. Amen.
Bron
Het leven van Liedewij, de maagd van Schiedam. (Ed. Ludo Jongen en Cees Schotel). Verloren, Hilversum 1994 (tweede druk).
Commentaar
ca. 1435
Dit verhaal is per hoofdstuk ingevoerd. Er zijn 44 hoofdstukken. <br>
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/
Tekst en informatie: http://www.dbnl.org/tekst/_lie002lied01_01/
Naam Overig in Tekst
Liedewij   
Pasen   
God   
Maria   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Janskerk   
Schiedam   
Plaats van Handelen
Schiedam (Zuid-Holland)   
Kloekenummer in tekst
K003p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
