Hoofdtekst
Hier coomt carbout ende scerpenebbe
Die oec zeer grote clage hebbe.
REcht doe dese tael was vertogen [fol. 57r]
Quam corbout die die roeck geulogen
Voor den coninck in tgedinge
Ende sprac heer hoort ic bringe
Een meer een iamerlic dinck
Huden morgen ic spelen ghinck
Mit scerpen neb mynen wiue
Dair lach gelijc enen doden katyue
Reynaert die voss die op die heide
Sijn ogen stonden te staer beide
Sijn tonge heync ver wt synen mont
Recht gelijc enen doden hont
Mit op gelokenre wider kele
Wy dreuen beide rouwen vele
Om synen doot mijn wijff en ick
Wy tasten sijn buuck ende rick
Mer wy en vonden dair aen geen lijff
Doen gynck staen luusteren mijn wijff
Aen synen mont ende aen sijn kyn [fol. 57v]
Off hi enigen adem had yn
Daert hair zeer in mysvel
Want hi die valsch is ende fel
Wachte wel nauwe synen slach
Want doe hise sonder hoede sach
Aen synen mont also staen mercken
Sloech hi sijn tande tsamen stercken
Mit nyde ende beet haer off dat hooft
Van anxte was ic so berooft
Dat ic lude riep o wy
Doe stont hi op ende snaude na my
Mer ic ontvlooch myt anxte groot
Anders wair ic bleuen doot
Het was oec nau dat ic ontquam
Op enen boom ic mijn vlucht nam
End zach van verre hoe die katijff
Ghinc staen eten mijn goede wijff
Hy en liet aen vleisch noch aen been
Niet dan die vederen sommich een
Die cleyn plumen gingen oec op
So was hem verhongert den crop
Doe en bleef hi dair niet meer
Hi had wel gegeter zeer
Hy liep heen sijnre straten iagen
Doe vloochic op myt groten mishagen
Mit groten rou ende mysbaer
Ende las die vederen op van haer
Om dat ic se v wilde togen
Jc en woud noch sulken anxt niet dogen
Als ic dair leet om dusent merck
Heer ziet hier een ontfermelic werck
Dit sijn die vederen van scerpe nebben
Heer wildi macht off eer hebben
So doet hier off sulke wraeck [fol. 58r]
Dat hem ellic huede van zulker saeck
Want laet gi dus v geleide breken
So war dy selue in tleste versteken
Wat heer die niet en recht ouer die quade
Die hem sculdich haerre misdade
Ende ellic wil selue dair heer wesen
Heer coninc huet v wel van desen.
(vss. 3556-3617)
Die oec zeer grote clage hebbe.
REcht doe dese tael was vertogen [fol. 57r]
Quam corbout die die roeck geulogen
Voor den coninck in tgedinge
Ende sprac heer hoort ic bringe
Een meer een iamerlic dinck
Huden morgen ic spelen ghinck
Mit scerpen neb mynen wiue
Dair lach gelijc enen doden katyue
Reynaert die voss die op die heide
Sijn ogen stonden te staer beide
Sijn tonge heync ver wt synen mont
Recht gelijc enen doden hont
Mit op gelokenre wider kele
Wy dreuen beide rouwen vele
Om synen doot mijn wijff en ick
Wy tasten sijn buuck ende rick
Mer wy en vonden dair aen geen lijff
Doen gynck staen luusteren mijn wijff
Aen synen mont ende aen sijn kyn [fol. 57v]
Off hi enigen adem had yn
Daert hair zeer in mysvel
Want hi die valsch is ende fel
Wachte wel nauwe synen slach
Want doe hise sonder hoede sach
Aen synen mont also staen mercken
Sloech hi sijn tande tsamen stercken
Mit nyde ende beet haer off dat hooft
Van anxte was ic so berooft
Dat ic lude riep o wy
Doe stont hi op ende snaude na my
Mer ic ontvlooch myt anxte groot
Anders wair ic bleuen doot
Het was oec nau dat ic ontquam
Op enen boom ic mijn vlucht nam
End zach van verre hoe die katijff
Ghinc staen eten mijn goede wijff
Hy en liet aen vleisch noch aen been
Niet dan die vederen sommich een
Die cleyn plumen gingen oec op
So was hem verhongert den crop
Doe en bleef hi dair niet meer
Hi had wel gegeter zeer
Hy liep heen sijnre straten iagen
Doe vloochic op myt groten mishagen
Mit groten rou ende mysbaer
Ende las die vederen op van haer
Om dat ic se v wilde togen
Jc en woud noch sulken anxt niet dogen
Als ic dair leet om dusent merck
Heer ziet hier een ontfermelic werck
Dit sijn die vederen van scerpe nebben
Heer wildi macht off eer hebben
So doet hier off sulke wraeck [fol. 58r]
Dat hem ellic huede van zulker saeck
Want laet gi dus v geleide breken
So war dy selue in tleste versteken
Wat heer die niet en recht ouer die quade
Die hem sculdich haerre misdade
Ende ellic wil selue dair heer wesen
Heer coninc huet v wel van desen.
(vss. 3556-3617)
Onderwerp
AT 0056A* - Fox Plays Dead and Catches Bird   
ATU 0056A* - Fox Plays Dead and Catches Bird.   
Beschrijving
Corbout de kraai komt bij koning Nobel een klacht indienen over Reinaert. De vos heeft Scerpenebbe, de vrouw van Corbout, op listige wijze gegrepen en opgegeten. Reinaert speelde voor dood en de kraaien voelden aan zijn buik of de vos nog leefde. Het leek er niet op. Scerpenebbe luisterde aan de mond van Reinaert en de vos beet haar het hoofd af. Corbout kon nog maar net ontsnappen en moest toekijken hoe de vos zijn vrouw oppeuzelde. Alleen een aantal grote veren liet hij over. Corbout had de veren meegenomen als bewijs voor de koning.
Bron
‘Reinaerts historie, Reinaert II.’ In: Instituut voor Nederlandse Lexicologie (samenstelling en redactie), Cd-rom Middelnederlands. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen 1998.
Commentaar
1479
Deze tekst is een passage uit Reinaerts historie. Een aantal passages zijn opgenomen wanneer deze gekoppeld kunnen worden aan een verhaaltype. Reinaerts historie is ook in zijn geheel opgenomen (vanwege de lengte in vijf stukken: idnummers RH001A tot en met RH001E).
Fox Plays Dead and Catches Bird
Naam Overig in Tekst
Corbout   
Nobel   
Reinaert   
Scerpenebbe   
Plaats van Handelen
Ieper (België)   
Kloekenummer in tekst
N072p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
