Hoofdtekst
HEt stont dair tot eenre stont
Een ezel waren end een hond
Onthouden myt enen riken man
Die den hont seer lieff gewan
Wan hi speelde dair tegen
Die hont spranc op ende queecte sinen staert
Ende lecte sijn heer omtrent sinen baert
Dit sach die ezel boudewijn
Die zeer deerde in therte sijn
Ende sprac hoe macht wesen
Wat ist dat mijn heer aen desen
Vuylen catijff heeft versien
Die ic nvmmer orbair en zie plien
Dat hi hem lect ende op hem sprinct
Mer my die men ten orber dwinct
Die sacken te dagen. te lopen te driuen
Hy en soude niet myt hem vyuen
Den arbeit doen in enen iaer
Die ic in eenre weeck volnaer
Nochtan sit hi by mynen heer
Ter tafel ende crijcht al sijn begeer
Van been te clvuen van vetten telyuren
Ende my en mach anders niet gebueren
Dan dijstel netel. ende scerpe kaerden
Ende des nachs te leggen op die aerde
Sonder stro ende sonder letier
Dit is in my seer cranck bestier [fol. 89r]
Jc en wils niet langer dogen
Jc wil om mijns heren wil pogen
Te verweruen ende wesen sijn vrient
En dienen hem als die hont hem dient
Mittien so quam sijn heer sijn weert
Die ezel hief op synen steert
Mit synen steert dat hi spranck
Hy bleerde hi green hi sanck
Mit synen vorsten voeten voren
Vedelde hy sijns heren oren
Dat hi hem maecte grote bulen
Hy scoot gereets mitter mulen
Ende wilden cussen aen synen mont
Also hi had sien doen den hont
Doe riep sijn heer myt eernste groot
Help help desen ezel slaet my doot
Doe quamen die knapen toe gescoten
Mit stercken stocken ende myt groten
En sloegen so wtermaten
Dat hi sijn lijff dair waende laten
Doe liep weder op synen stal
Ende at dijstel end had ongeual
Netel kaerden ende gras
Ende bleeff een ezel als hi was
Die een anderen sijn veluaren vergan
Dat hem niet en cost nochtan
Ende al wair hi inden staet
Des geens geluc dien hi haet
Het soude hem recht so wael vuegen
Als myt lepelen teten der suegen
Dair om is die beste raet
Datmen den ezel den ezel laet
Dijstel eten ende dragen den sack
Hy en can hem vuegen in geen gemac [fol. 89v]
Al deed men hem oec duechd en eer
Hy pleecht altijt sijn oude leer
Wair ezels crigen heerscappien
Dair siet ment selden wel dyen
Want si op nyement off roeken
Dan hairs selfs bate zoeken
Nochtan rysen sy alle dage
Jn machten dits dat ic meest clage
(vss. 5684-5752)
Een ezel waren end een hond
Onthouden myt enen riken man
Die den hont seer lieff gewan
Wan hi speelde dair tegen
Die hont spranc op ende queecte sinen staert
Ende lecte sijn heer omtrent sinen baert
Dit sach die ezel boudewijn
Die zeer deerde in therte sijn
Ende sprac hoe macht wesen
Wat ist dat mijn heer aen desen
Vuylen catijff heeft versien
Die ic nvmmer orbair en zie plien
Dat hi hem lect ende op hem sprinct
Mer my die men ten orber dwinct
Die sacken te dagen. te lopen te driuen
Hy en soude niet myt hem vyuen
Den arbeit doen in enen iaer
Die ic in eenre weeck volnaer
Nochtan sit hi by mynen heer
Ter tafel ende crijcht al sijn begeer
Van been te clvuen van vetten telyuren
Ende my en mach anders niet gebueren
Dan dijstel netel. ende scerpe kaerden
Ende des nachs te leggen op die aerde
Sonder stro ende sonder letier
Dit is in my seer cranck bestier [fol. 89r]
Jc en wils niet langer dogen
Jc wil om mijns heren wil pogen
Te verweruen ende wesen sijn vrient
En dienen hem als die hont hem dient
Mittien so quam sijn heer sijn weert
Die ezel hief op synen steert
Mit synen steert dat hi spranck
Hy bleerde hi green hi sanck
Mit synen vorsten voeten voren
Vedelde hy sijns heren oren
Dat hi hem maecte grote bulen
Hy scoot gereets mitter mulen
Ende wilden cussen aen synen mont
Also hi had sien doen den hont
Doe riep sijn heer myt eernste groot
Help help desen ezel slaet my doot
Doe quamen die knapen toe gescoten
Mit stercken stocken ende myt groten
En sloegen so wtermaten
Dat hi sijn lijff dair waende laten
Doe liep weder op synen stal
Ende at dijstel end had ongeual
Netel kaerden ende gras
Ende bleeff een ezel als hi was
Die een anderen sijn veluaren vergan
Dat hem niet en cost nochtan
Ende al wair hi inden staet
Des geens geluc dien hi haet
Het soude hem recht so wael vuegen
Als myt lepelen teten der suegen
Dair om is die beste raet
Datmen den ezel den ezel laet
Dijstel eten ende dragen den sack
Hy en can hem vuegen in geen gemac [fol. 89v]
Al deed men hem oec duechd en eer
Hy pleecht altijt sijn oude leer
Wair ezels crigen heerscappien
Dair siet ment selden wel dyen
Want si op nyement off roeken
Dan hairs selfs bate zoeken
Nochtan rysen sy alle dage
Jn machten dits dat ic meest clage
(vss. 5684-5752)
Onderwerp
AT 0214 - Ass Tries to caress his Master like a Dog   
ATU 0214 - The Donkey Tries to Caress his Master   
Beschrijving
Reinaert is aan het hof en vertelt van drie hele waardevolle voorwerpen die hij zogenaamd had meegegeven aan Belijn de ram. Het gaat om een spiegel, een ring en een kam. Op de spiegel staan een aantal verhalen afgebeeld, waarvan dit er een is.
Een ezel en een hond leefden bij een rijke man. De man speelde veel met de hond waarbij de hond tegen zijn baasje opsprong en hem in het gezicht likte, terwijl de ezel tot arbeid gedwongen werd. De ezel voelde zich achtergesteld en wilde proberen bij zijn baas in een goed licht te komen. Toen de baas naar de ezel kwam, stak het dier zijn staart omhoog en sprong op zijn baas af zoals de hond dat altijd deed. De ezel balkte en stak zijn voorpoten vooruit, zo langs de oren van zijn baas af en wilde hem in het gezicht likken. De baas dacht dat het beest hem zou doden en riep om hulp. De knechten kwamen met stokken en sloegen de ezel zo hevig dat het dier dacht er aan te sterven. De ezel was nadien weer gewoon terug bij af.
Een ezel en een hond leefden bij een rijke man. De man speelde veel met de hond waarbij de hond tegen zijn baasje opsprong en hem in het gezicht likte, terwijl de ezel tot arbeid gedwongen werd. De ezel voelde zich achtergesteld en wilde proberen bij zijn baas in een goed licht te komen. Toen de baas naar de ezel kwam, stak het dier zijn staart omhoog en sprong op zijn baas af zoals de hond dat altijd deed. De ezel balkte en stak zijn voorpoten vooruit, zo langs de oren van zijn baas af en wilde hem in het gezicht likken. De baas dacht dat het beest hem zou doden en riep om hulp. De knechten kwamen met stokken en sloegen de ezel zo hevig dat het dier dacht er aan te sterven. De ezel was nadien weer gewoon terug bij af.
Bron
‘Reinaerts historie, Reinaert II.’ In: Instituut voor Nederlandse Lexicologie (samenstelling en redactie), Cd-rom Middelnederlands. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen 1998.
Commentaar
1479
Deze tekst is een passage uit Reinaerts historie. Een aantal passages zijn opgenomen wanneer deze gekoppeld kunnen worden aan een verhaaltype. Reinaerts historie is ook in zijn geheel opgenomen (vanwege de lengte in vijf stukken: idnummers RH001A tot en met RH001E).
The Donkey Tries to Caress His Master like a Dog
Naam Overig in Tekst
Reinaert   
Plaats van Handelen
Ieper (België)   
Kloekenummer in tekst
N072p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
