Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KLD001 - Klein Duimpje

Een sprookje (internet), woensdag 18 juli 2012

ehs27e55w49z1vblishn.jpeg

Hoofdtekst

Klein Duimpje
Heel lang geleden woonde er in een klein huisje een houthakker met zijn vrouw en zeven zonen. De houthakker had weinig werk maar veel praatjes. Hij werd daarom Grote Duim genoemd. Zijn jongste zoon noemden ze Kleine Duim. Omdat er niet veel werk was, hadden ze ook niet veel te eten. En toen het nog slechter ging en ze de monden niet meer konden voeden, bedachten Jelle en zijn vrouw een verschrikkelijk plan. Ik kan ze niet hier thuis laten doodgaan van de honger, zei Grote Duim tegen zijn vrouw. Ik neem ze mee het bos in om sprokkelhout te zoeken. Wij gaan dan stilletjes weg en laten ze in het bos achter. Misschien komen ze wel iemand tegen die ze meeneemt. Dan hebben ze nog een kans. Klein Duimpje had zich verstopt onder de stoel van zijn vader en had alles gehoord. De hele nacht lag hij te denken over wat zijn vader en moeder van plan waren en wat hij nu moest doen. Uiteindelijk bedacht hij een plannetje en viel in slaap. Ochtends vroeg sloop hij naar het kippenhok en raapte hij twee handen vol witte schelpjes van de grond en stopte ze in zijn zakken. Even later riep Duim zijn zonen en zei tegen ze dat ze mee moesten naar het bos om sprokkelhout te zoeken. De kinderen liepen achter hun vader en moeder aan het bos in. Daar gingen ze zoeken. Zonder dat ze het in de gaten hadden, sloegen de ouders een zijpaadje in om de kinderen in de steek te laten. Zonder hun zonen keerden ze weer terug naar huis. Toen de jongens begrepen dat ze alleen waren achtergelaten in het bos begonnen ze hard te kermen en te huilen. Alleen Klein Duimpje bleef rustig. Hou op met dat gejank zei hij. Ik breng jullie wel weer naar huis. Ik heb een spoor van witte schelpjes achtergelaten, van huis naar hier. Ze volgden de schelpjes terug naar hun huisje. Maar ze durfden niet naar binnen te gaan, want Klein Duimpje had ze ook verteld hun ouders ze niet meer in huis wilden hebben. Ze liepen op hun tenen naar het huisje om eerst aan de deur te luisteren. Er was daar ondertussen wel wat gebeurd. Toen de houthakker en zijn vrouw thuis waren gekomen, hadden ze op tafel een zak met geld gevonden. Dat was daar neergelegd door iemand die wist dat ze geen geld meer hadden om eten te kopen. Kijk nou toch,zei de vrouw, we hebben er verkeerd aan gedaan om de kinderen in het bos achter te laten. We hadden geen vertrouwen meer, maar nu hebben we genoeg te eten. We hadden de kinderen gewoon bij ons moeten houden. Toen de jongens dat hoorden begonnen ze te juichen en op de deur te bonzen. Hier zijn we hoor moeder, moeder, doe de deur open. Het was opeens groot feest. Iedereen was blij en die avond gingen ze met volle buiken naar bed. Maar na twee weken was het geld op en hadden ze weer niets te eten. De honger klopte met harde slagen op de deur. Weer zaten Grote Duim en zijn vrouw 's avonds aan de tafel te overdenken wat ze moesten doen. En hoe verschrikkelijk het ook was, ze besloten de kinderen nog verder het bos in te brengen en ze weer achter te laten. Klein Duimpje had alles weer gehoord, verstopt onder de stoel van zijn vader, en ging met een gerust hart naar bed. Hij had zijn plannetje immers al klaar? Maar toen hij 's ochtends zijn bed uit sloop en naar de voordeur liep, zat die op slot. Hij kon niet naar buiten om schelpjes te pakken. Toen iedereen wakker was, verdeelde de moeder de laatste korst brood onder de zeven jongens. Zelf namen zij en haar man niets. Ze gingen heel ver het bos in om sprokkelhout te zoeken. En weer gingen ze zonder hun kinderen naar huis. De broers wilden weer gaan schreeuwen en gillen, maar Klein Duimpje riep: Hou op met dat gejammer. Ik heb weer een spoor achtergelaten. Maar hoe hij ook zocht, hij kon niets meer terugvinden van de broodkruimeltjes die hij achter zich had gestrooid. Ze waren opgegeten door de vogels. Ze waren echt verdwaald. Ze bleven in kringetjes lopen. Uiteindelijk kwam Klein Duimpje op het idee om in een hoge boom te klimmen en te kijken of iets zag. En ja, in de verte zag hij het zwakke schijnsel van een lamp. Hij liet zich uit de boom zakken en wees welke kant ze uit moesten. Ze kwamen bij een groot huis. En ze klopten aan. Een vrouw deed open. De jongens vroegen of ze hier mochten slapen. Morgen zouden ze dan verder zoeken naar hun eigen huisje. Ja, van mij mag dat wel, zei de vrouw, maar het is een slecht plan, want mijn man de reus eet mensenkinderen alsof het taartjes zijn. Jullie kunnen maar beter gauw weggaan. Maar mevrouw, daar schieten we niks mee op, zei Klein Duimpje, want in het bos worden we vannacht ook opgegeten, door de wolven. Wolven hebben geen medelijden. Misschien dat je man de reus wel medelijden krijgt als hij ons zo moe en hongerig ziet. Je bent wel optimistisch, zei de vrouw, mijn man kent geen medelijden. Reken daar maar niet op. Maar ik zal jullie wat eten geven en proberen je te verstoppen. Morgenochtend moeten jullie zo vroeg mogelijk weg zijn. Zo gezegd, zo gedaan en ze verstopte de kinderen onder het bed. Net op tijd, want daar vloog de deur open en kwam de reus binnen. Ik ruik vlees, schreeuwde hij, mensenvlees. Vrouw, heb je soms een paar kinderen voor me? Hoe kom je daar nou bij, zei de vrouw, je ruikt het schaap dat ik aan het spit aan het roosteren ben. Je denkt zeker dat ik gek ben en dat je me wat op de mouw kunt spelden? Ik ruik heus wel het verschil tussen schapenvlees en kindervlees. Mij houd je niet voor de gek. Hij ging rechtop staan, snoof een paar keer diep en liep toen recht op het bed af waar hij zeven bange jongetjes onder vandaan haalde. Tegen zijn vrouw zei hij: Eigenlijk moest ik voor straf jou opeten, maar je bent zo mager als een lat en je moet voor me koken. Over een paar dagen komen mijn reuzenvrienden op bezoek. Dan moet je de jongens klaarmaken en eten we ze lekker op. En als je dat niet goed doe, eet ik je alsnog op. De jongens smeekten de reus om medelijden. Hou op met dat gejammer, bulderde de reus. Vrouw, geef ze goed te eten. Lekkere dikke pap en veel vlees, dan worden ze goed vet. En laat ze goed slapen, dan zijn ze op hun lekkerst. De vrouw deed wat haar gezegd was en bracht ze daarna naar bed. Ze werden in het grote bed gelegd, waar de zeven dochtertjes van de reus al lagen te slapen. Want de reus had zeven lelijke dochters, met knobbelneuzen, lange bruine tanden en piekhaar. Het waren echte slaapkoppen, want ze waren gewoon door al het lawaai heen geslapen. De jongens werden aan de andere kant van het bed gelegd. Door alle vermoeienissen en hun volle buiken vielen de zes broertjes meteen in slaap. Alleen de jongste lag te woelen en te draaien. Hoe kon hij dit oplossen en konden ze wegkomen? Hij durfde het niet af te wachten. De reus zou ze misschien al vannacht aan zijn mes willen rijgen. Opeen kreeg hij een idee. De reuzenmeisjes lagen te slapen aan de andere kant van het bed en droegen allemaal een kroontje. Laat ik die verwisselen en die kroontjes op onze hoofden zetten. Als de reus dan komt, dan denkt hij vast dat wij zijn dochters zijn en pakt hij de verkeerden. Klein Duimpje voerde zijn plan uit en ging toen ook slapen. En jawel hoor, zoals Klein Duimpje al had gevreesd kwam de reus die nacht naar hun bed. De reus voelde aan de hoofden. Toen hij de kroontjes voelde, dacht hij dat het zijn dochters waren. Hij schuifelde door naar de andere kant van het bed. Daar stak hij de zeven andere kinderen dood. Hij nam niet eens de tijd om ze te laten klaarmaken maar vrat ze meteen op! Toen viel hij als een blok in slaap. Hij snurkte zo hard dat Klein Duimpje er wakker van werd. Die zag meteen wat er gebeurd was. Hij maakte zijn broertjes wakker. Kom op, we moeten maken dat we wegkomen. Door een open raam klommen ze naar buiten en holden weg. Weg van de reus. Toen de vrouw van de reus 's ochtends haar dochtertjes wakker wilde maken, zag ze meteen wat er aan de hand was. Ze schrok zo erg dat ze flauw viel. Toen de reus vond dat zijn vrouw wel erg lang wegbleef en een kijkje ging nemen, begreep hij wat er was gebeurd. Hij had zijn eigen kinderen opgegeten in plaats van de jongens. Hij bekommerde zich niet om zijn vrouw, trok zijn zevenmijlslaarzen aan en ging achter de jongens aan. Die zouden ervan lusten. De kinderen hoorden de reus al vanuit de verte aankomen en waren heel erg bang. Ze kropen weg achter een grote steen. Nou kan je met zevenmijlslaarzen hele grote stappen nemen, maar je wordt er ook erg moe van. De reus wilde even uitrusten. Hij ging tegen de steen aanzitten waar de bange jongetjes zich achter schuil hielden en viel van moeheid meteen in slaap. Klein Duimpje hoorde hem snurken en kwam overeind. Hij zag dat ze precies in de goede richting gevlucht waren voor hun eigen huisje. Tegen zijn broers zei hij dat ze door moesten gaan naar huis! Zelf had hij eerst nog iets anders te doen. Hij trok voorzichtig de reus z'n laarzen uit. Daarna trok hij ze zelf aan. De toverlaarzen pasten meteen! Hij vloog naar het huis van de reus. Tegen de vrouw, die zat te huilen om het verlies van haar dochters, zei hij dat de reus gevangen was genomen door rovers. En dat ze hem pas los zouden laten als er veel losgeld werd betaald. En dat Klein Duimpje dat moest komen brengen. De vrouw van de reus was helemaal in de war. Ze pakte de sleutel van de geldkist en maakte die open. Klein Duimpje haalde zoveel goud eruit als hij in de laarzen kon stoppen en maakte dat hij wegkwam. Zijn broertjes achterna. Toen hij thuiskwam, zaten zijn vader en moeder al aan tafel met zijn zes broers. Toen Klein Duimpje de kamer inkwam en al het goud te voorschijn haalde uit de laarzen, ging er een groot gejuich op. Iedereen was gelukkig. Nu konden ze altijd eten kopen. En ze leefden dan ook nog lang en gelukkige, zonder ooit nog een lege buik te hebben!

Onderwerp

AT 0327B - The Dwarf and the Giant    AT 0327B - The Dwarf and the Giant   

ATU 0327B - The Brothers and the Ogre    ATU 0327B - The Brothers and the Ogre   

Beschrijving

Houthakker Grote Duim en zijn vrouw hebben verschillende zoons: de jongste heet naar zijn vader Klein Duimpje. Uit armoede brengen de ouders de kinderen weg in het bos, maar ze verdwalen niet omdat Klein Duimpje witte schelpjes heeft gestrooid. Na een tweede keer verdwalen ze wel, want de broodkruimels zijn opgegeten. Ze mogen overnachten in het huis van de mensenetende reus, die de kinderen wil opeten - omdat de kroontjes zijn verwisseld eet hij per ongeluk zijn eigen dochters op. Klein Duimpje en zijn broers slaan op de vlucht. Als de reus in slaap valt, weet Klein Duimpje de Zevenmijlslaarzen te bemachtigen en haalt hij een zak geld bij de vrouw van de reus. Thuisgekomen is het gezin voor altijd rijk en hebben ze er nooit meer honger.

Bron

Sprookje voor CD voorgelezen door Marc van Oostendorp in Standaardnederlands, op 18 juli 2012 geplaatst op internet: https://dl.dropbox.com/u/22595352/klein%20duimpje.mp3

Commentaar

Het sprookje wordt voorgelezen door Marc van Oostendorp voor een CD met teksten in dialect - de versie van Marc van Oostendorp is in Standaardnederlands.

Naam Overig in Tekst

Grote Duim    Grote Duim   

Klein Duimpje    Klein Duimpje   

Jelle    Jelle   

Zevenmijlslaarzen    Zevenmijlslaarzen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21