Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RH016 - Reinaerts historie (Reinaert II) vers 6239-6379

Een sprookje (manuscript), 1479

Hoofdtekst

Nv dunct reynaert sijn zaken zeer sconen
Hy heeft den coninc tot synen wil
Die hem viant was openbaer ende stil
Hy denct macht hier dus gaen wt
Datter toe was goede gruut
Na dien gescepen stont te voren
Hy heeft hem allen so veel in doren
Luegen geslagen ende doen verstaen
Dat hi wel vri waent henen gaen
Sonder van yement beroepen sijn
So had hi oec mer ysegrijm
Wart toornich ende mysmoedich zeer
Hy sprac heer coninc edel heer
Si di dus kijnts dat gi gelooft
Den losen scalc die v verdooft
Mit gevensder logentael gescal [fol. 97r]
Dat heeft my wonder al
Jc soud hem tru gelouen spade
Hy is van moort ende van verrade
Door togen ende men houtet al voir spel
Dat sal ic hem bewisen wel
Eer dat hi noch sceit van my
Mi is lief dat hi hier is so by
Sijn liegen en sel hem hier niet vromen
Dat hy van my yet can comen
SJet heer dese loze catijff
Verriet eens alte zeer mijn wijff
Hy deedse eens alte diep waden int slijck
Bijt water onder enen hogen dijck
Ende maecte hair wijs dat sy den steert
Jnt vater staec dair soud ter veert
Also veel visch aen biten gi sult weten
Sy en soudse niet myt hair vierde eten
Sy waende waers die arme dwaes
Ende ten buuck toe in die maes
Eer sy totten water quam
Dair sy doe totten stert in swam
So sy alre diepste conde
Dit was in enen wijnter stonde
Datse dus bedrooch reynert
Want sy hielt so lang den steert
Jnt water dat sy dair in beuroos
So wat sy tooch sy en mocht niet loos
Wtten yse doe hi dat sach
Liep hi dair toe al dat hi mach
Ende spranc achter op tlijff
Och dair vercrachte hi mijn wijff
Sy en cond geweren het hair toren
So hert stont sy int ijss beuroren
Dit en can hi niet missaken [fol. 97v]
Want ic vant hem opter braken
Also ic liep om mijn beiach
Ende opten dijck mijn wech lach
Sach ic hem beneden op hair staen
Crijdsen lijdsen steken slaen
Alsmen pleecht tot sulken speel
Och dair leet ic hert zeer veel
Doe riep ic reynaert wat doe dy
Doe hy so na hoorde my
Spranc hi op ende ghinc sijnre straten
Jc ghinc tot hair myt droeuen gelaten
Ende most int slijc zeer diep waden
Ende in dat coude water baden
Eer ic dat ijs ontwee gedoste
Ende haren steert dair wt loste
Nochtan liet zijs dair een groot stick
En dair toe waren sy end ick
Wel na doot bleuen van galp
So lude van smert eer ic se wt halp
Dattie dorpers dat vernamen
Ende op ons gelopen quamen
Mit pieken haken ende stocken
Ende die wiue myt haren spynrocken
Dair riepen sy slaet alle toe
Jc en creech nye meerre anxt dan doe
Ende dat selue soude oec mijn vrouwe
Want wi ontquamen al door nauwe
Wi liepen dat tsweet wt brac
Dair was een dorper die na ons stac
Mit enen pieck die wel was lanck
Die deed ons alte groten dwanck
Want was sterck ende licht te voet
Ten wair dat ons die nacht bestoet
Wy waren dair zeker beide bleuen [fol. 98r]
Die lelike quamen myt sterken steuen
Hadden ons so gern gesmeten
Sy seiden wi hadden hair scaep gegeten
Ende boden ons mennigen ramp
Dair gingen wi door mennige camp
Bewassen myt braem ende biesen
Dair mosten ons die dorpers verliesen
Ende dorsten by nacht ons niet volgen
Sy keerden weder zeer verbolgen
Om dat wi also ontgingen
Siet heer dit sijn lelike dingen
Dits moort. cracht. ende verraet
Dat v scerpelic te rechten staet
REynaert sprac heer wair dit waer
Dat ghinc mijnre eren alte naer
God verbiets my dat ment so vond
Tis wair ic wijsde hair teenre stond
Hoe sy visschen soude vaen
Ende enen goeden wech ouer te gaen
Een water. sonder te treden int slijck
Mer si liep so gierichlijck
Doe si die visschen hoorden nomen
Sy waende niet te tide te comen
Sy en hielt wech noch wise
So dat sy beuroos inden yse
Dat dede dat sy te lange sat
Sy had vissche genoech gehat
Had sy myt reden willen liden
Diet al wil hebben het valt bi tiden
Dat hi van allen missen moet
Alte gierich en was nye goet
Want nyement en kan den gierigen versaden
Doe ic se zach zo zeer beladen
Doe waende ic hair te helpen wtter noot [fol. 98v]
Jc hieff ende ic ludse ende ic croot
Om dat ic waende wt te boren
Mer dat was arbeit verloren
Want sy was my alte swaer
Doe quam ysegrym aldair
Ende sach hoe dat ic croot ende stack
Dat hi doe in dorperheiden track
Als die quade te doen plegen
Aldus so was die zaeck gelegen
Ende heer ten wass anders niet dan logen
Mer ic meen hem schemerde sijn ogen
Also hi ons sach van bouen int dal
Dair hi opten dijck sat
Hy vloecte my zeer ende swoer bi dat
Sijn magen ic soud becopen
Doe icken hoorde ginck ic lopen
Ende lieten scelden ende dreigen
Doe ghinc ic heffen ende wegen
End halp sijn wijff wtten diepen
Off die dorpers lude riepen
Ende iaechden dat was hem goet
Want sy verwermden hair bloet
Sy waren anders van coude veruroren

(vss. 6239-6379)

Onderwerp

AT 0002 - The Tail-Fisher    AT 0002 - The Tail-Fisher   

ATU 0002 - The Tail-Fisher.    ATU 0002 - The Tail-Fisher.   

Beschrijving

Net wanneer Reinaert denkt de koning overtuigd te hebben van zijn trouw en onschuld, spreekt Isegrim over een voorval waarbij Reinaert eerswint, de vrouw van Isegrim, onzedig zou hebben behandeld. Isegrim vertelt dat Reinaert zijn vrouw eens in een de modder liet waden en haar wijsmaakte dat ze veel vissen zou vangen als ze haar staart in het water zou steken. Zij geloofde de vos en vroor vast in het water. Toen greep Reinaert zijn kans en verkrachtte haar. De wolf wist dit omdat hij de vos op heterdaad betrapt had. Toen de vos de wolf zag, rende hij snel weg. Isegrim bevrijdde zijn vrouw, maar ze moest een stuk staart in het ijs achterlaten. Daarbij kostte het hen beide bijna hun leven omdat dorpelingen op het lawaai waren afgekomen met rieken, stokken en spinrokken. Gelukkig ontkwamen ze net omdat het nacht begon te worden. Isegrim vond dat Reinaert schuldig was aan moord, verkrachting en bedrog en dat hij daarvoor gestraft diende te worden. Maar Reinaert verdedigde zichzelf. De vos vertelt dat het waar was dat hij Eerswint leerde vissen op die manier, maar omdat ze te begerig was vroor ze vast. Reinaert probeerde haar door te trekken en te duwen te bevrijden en Isegrim zag dit aan voor wat anders, zoals slechte lieden dat doen. Dat de dorpelingen hen achterna zaten was juist goed voor ze, dat verwarmde het bloed.

Bron

‘Reinaerts historie, Reinaert II.’ In: Instituut voor Nederlandse Lexicologie (samenstelling en redactie), Cd-rom Middelnederlands. Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij, Den Haag/Antwerpen 1998.

Commentaar

1479
Deze tekst is een passage uit Reinaerts historie. Een aantal passages zijn opgenomen wanneer deze gekoppeld kunnen worden aan een verhaaltype. Reinaerts historie is ook in zijn geheel opgenomen (vanwege de lengte in vijf stukken: idnummers RH001A tot en met RH001E).
The Tail-Fisher

Naam Overig in Tekst

Eerswint    Eerswint   

Reinaert    Reinaert   

Isegrim    Isegrim   

Ysegrim    Ysegrim   

Reynaert    Reynaert   

Reynaerde    Reynaerde   

Reinaerde    Reinaerde   

Plaats van Handelen

Ieper (België)    Ieper (België)   

Kloekenummer in tekst

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21