Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Sproken0002 - Vanden Esel

Een exempel (manuscript), (foutieve datum)

Hoofdtekst

VII. Vanden Esel.

Een esel hadde aenghetoghen
eens herts huut, des was hi bout,
ende in hem selven soe bedroghen
dat hi den esel wert onhout.
Hi ghemoetten enen mul;
hi sprac: ‘Ghi en selt met mi niet gaen,
want u vader was een guul.
Sich, hoe ic ben ghedaen!’
Het gheviel dat jaghers quamen,
ende elkerlijc blies sinen horen,
also die der jacht wilden ramen.
Dat wilde dier spranc hem voren.
Alse die jagheren dat versien
dat elc dier vloe sire verde,
dat en mochte den esel niet ghescien,
om dat hi stedich was van arde.
Die honden spronghen den esel om
ende waenden dat ware een wilt.
God, here! hoe lude hi doe reren beghan,
die hem soe cranckelicke onthielt,
die te voren was soe cloc,
ende ghetorden uuter maten!
Men scoerde hem sinen nuwen roc,
ende oec moeste hire den ouden laten.
Sijn vel scoerdemen met allen
ende dedem daer sinen fijn.
Dit mochte den esels welghevallen,
die sotter vele dan esels sijn.
Wie es die esel die ic mene?
Dats die hem selven niet en kint,
die lettel maghe heeft of gheene
dan hi met enen here ghewint,
ende een paer clederen elc jaers
te draghene, met goeden lieden,
ende dan maect hi sijn wanewaers;
dit mach een esel wel bedieden;
ende dan wilti sijn van hoghen lieden sijn gheboren,
die des hoefts moghen ghenieten.
Ic segt u allen wel te voren:
deser eselen machmen verdrieten.
Maer alre vroetscap fondament,
dies sijt seker ende ghewes,
dats dat elc hem selven kint,
wanen hi comt ende wi hi es.

Nota, 44. v.
In het Hs. Nr LIII, bl. 55 ro col. a.

Beschrijving

Een ezel had eens een hertehuid aangetrokken en geloofde zo zeer dat hij een hert was dat hij niet meer naast een muilezel wilde lopen. Toen er op een dag gejaagd werd, bleef de ezel rustig staan omdat hij dit gewoon was. De honden besprongen het dier en de jagers trokken hem naast zijn nieuwe 'jas' ook zijn oude uit. De ezel moest het leven er bij inlaten. Men moet zich realiseren wie men is en waar men vandaan komt.

Bron

C.P. Serrure (red.), Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis (Eerste deel). C. Annoot-Braeckman, Gent 1855, p. 69-70.

Commentaar

"Vanden esel, is eene bevallige fabel, welke in den Esopet door Clignett uitgegeven, niet voorkomt. In de fransche literatuer van dien tijd kennen wy ze niet, ten minste in de verzameling van Robert treft men ze niet aen, want het bekende de ezel in een leeuwenvel heeft met ons stukjen weinig gemeens. En onder die fransche fabels, door Robert in het licht gebracht, is er niet ééne in gekruiste versmaet. Ook by Marie de France heb ik ze niet gevonden. Ze schijnt dus oorspronkelyk aen onze letterkunde toe te behooren."
C.P. Serrure (red.), Vaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis (Eerste deel). C. Annoot-Braeckman, Gent 1855, p. 44

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21