Hoofdtekst
Die ridders van vroeger hebben bij dat slot veel slechtigheid uitgespookt. Ze hebben daar geraamtes gevonden, die lagen kriskras door elkaar, de een rechtop, de ander schuin en op verschillende diepte. Je hebt daar een gracht gehad, die nou is dichtgegroeid. Daarvoor ligt een stuk grasland en daarop was een stuk grond, daar kwam nooit dauw op. Als het 's nachts overal had gedauwd, dan vond je daar geen dauw. Dat was een wonder. Het wier toegeschreven aan de slechtigheid van die ridders van vroeger! Ik denk dat het hieraan heb gelegen, dat er een boogkelder onder dat stuk grasland was. Daardoor heb ie geen optrek.
Beschrijving
Men zegt dat er vroeger ridders allerlei kwaadaardige dingen uitgespookt hebben. Er zijn bijvoorbeeld veel geraamtes gevonden. Een stukje grond in de buurt valt op, omdat er nooit dauw op komt, dit wordt toegeschreven aan de slechtheid van de ridders, maar zou gewoon kunnen komen doordat er onder deze plek zich een kelder bevind.
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 55
Commentaar
8 december 1962
Plaats van Handelen
Langerak (Zuid-Holland)   
Kloekenummer in tekst
K026p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
