Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2023 - Van een jongen en een heer

Een mop (boek), 1896

Hoofdtekst

Van een jongen en een heer.
Er was eens een arme jongen die diende bij den boer voor zwijnenhoeder. Op zekeren dag, toen hij het toezicht had op eenige biggen, kwam de heer van het nabijgelegen slot daar voorbij en vroeg hem: Van wie zijn die biggen, jongen? «Van de zeug,» zeî de knaap. «Het komt mij voor, dat je geen onnoozele bloed zijt,» zeî de heer, «je moet morgen bij mij komen eten, dan zullen we samen meer praten. Je moet het niet nalaten; precies negen uur moet je aan het slot zijn.» «Best, mijnheer! ik zal het onthouden.»
Deze heer was iemand die van grappen hield. Zijn doel was den knaap voor den gek te houden zooveel hij kon. De knaap begreep dit zeer goed en was daarom op zijne hoede. Hij wist dat de heer een kwaden hond had en hij dacht: zoodra ik morgen vroeg mijne voeten op het slotplein zet, wordt die hond op mij losgelaten, daar moet ik op voorbereid zijn. Hij zette des nachts een hazenstrik uit en het gelukte hem daarin een haas te vangen. Met dit dier in een zak begaf hij zich des morgens naar het slot. Jawel! zoodra hij het plein opliep, kwam de hond op hem los. Maar hij liet den haas uit den zak springen; de hond liet zich hierdoor afleiden, vervolgde den haas en de knaap kwam ongehinderd aan de deur van het slot. Hij klopte aan, maar zonder gevolg; hij klopte bij herhaling, men liet hem wachten. Hij begon te kloppen met groot geweld en nu riep de heer van binnen: «Wie is daar voor?» - «De deur!» antwoordde de knaap. Nu opende mijnheer de deur en gaf zijne verwondering te kennen, dat het ventje zoo ongedeerd daar gekomen was, en toen de knaap vertelde hoe hij het had aangelegd, zeî mijnheer: «je bent mij te slim af.»
Toen de tijd voor het middagmaal daar was liet de heer den knaap tegenover zich aan tafel plaats nemen. Er werd schelvisch opgedischt. Op een schotel lagen twee visschen, eén groote en een zeer kleine. De heer nam de groote voor zich en liet den knaap den kleinen nemen. Deze, in plaats van aan het eten te gaan, hield het vischje voor zijn oor en scheen aandachtig te luisteren. «Waarvoor doe je dat?» vroeg mijnheer. «Mijn broêr is zeeman,» was 't antwoord, «en ik heb in langen tijd geen bericht van hem gehad; nu vraag ik den visch of hij, toen hij nog in zee zwom, ook iets van mijn broêr heeft vernomen.» «Nu, wat zegt hij?» vroeg mijnheer. «Hij zegt, hij weet er niets van, want hij is nog maar slechts eenige weken oud. Maar die groote daar, die is veel ouder, die zal er zeker meer van weten.» «Vraag dien ook eens,» zeî mijnheer en schoof den knaap den grooten visch toe. De snaak hield ook. dezen visch voor zijn oor en luisterde. «Wat zegt deze? » vroeg mijnheer. «Hij weet er ook niets van, daarom wil ik hem maar opeten.» En de jongen smulde den grooten visch op.
«Daar heb je mij gefopt,» dacht mijnheer, «dat moet ik je; bij welzijn, betaald zetten.» - Toen de maaltijd was afgeloopen vroeg hij den knaap: «lust je wel wijn?» «'k Heb dien nooit geproefd,» was het antwoord, «maar ik denk dat ik hem wel zal lusten.» «Ga dan met den knecht naar den kelder,» zeî mijn- heer; «hij zal je op wijn trakteeren. Daarna moet je maken datje wegkomt.» Maar mijnheer had den knecht ingefluisterd, dat hij den knaap wel een dronk wijn kon geven, maar hem daarna moest afranselen met de karwats.
Hiervan had de knaap iets gemerkt en hij was op zijn hoede. In den kelder lagen drie vaten naast elkander, ieder met eene andere soort wijn. «Laat mij deze maar eerst proeven,» zeî de knaap, trok den deuvik uit een vat en wierp dien weg, terwijl hij den wijn in eene kan liet loopen en proefde. «Deze bevalt mij niet, laat mij een anderen probeeren. » De knecht beknorde hem omdat de deuvik er niet was, en zag zich nu genoodzaakt den duim in het gat te steken om, den wijn niet te doen wegvloeien. De knaap trok een ander vat open en wierp den deuvik weêr weg. De knecht bekeef hem hierover, maar hij zeî: «ik dacht er niet aan.» En toen hij de kan weêr gevuld had, zag de knecht zich opnieuw genoodzaakt ook in de opening van dat vat een duim te steken, zoude 't niet leêg loopen. Hij gebood den knaap de deuviken te zoeken, maar deze zocht de karwarts en begon den knecht te slaan. De arme bloed schreeuwde jammerlijk en riep de hulp van het heerschap in. Deze, meenende dat het de knaap was, die afgerost werd en zoo schreeuwde, riep terug: «ja, zoo gaat het goed; ontzie hem maar niet, hij heeft wat verdiend.» - «Daar dan!» riep de knaap en sloeg er nog eens op los. Ten slotte stopte hij de twee gevulde kannen met wijn onder zijn kiel en maakte zich uit de voeten. De knecht moest op zijn post blijven tot hij verlost werd.

Onderwerp

VDK 0921J* - De brutale jongen en de heer    VDK 0921J* - De brutale jongen en de heer   

ATU 1567C - Asking the Large Fish.    ATU 1567C - Asking the Large Fish.   

Beschrijving

Een boerenknecht geeft een heer een gevat antwoord als deze vraagt van wie de biggen zijn die de jongen bij zich heeft. De heer wil een streek met hem uithalen en nodigt hem uit te komen eten. De jongen verwacht dat de heer de hond op hem af zal sturen en is hem te slim af door de hond af te leiden met een haas. Aan het middagmaal krijgt de heer een grote vis en de jongen een kleine vis. De jongen doet alsof hij de kleine vis een vraag stelt over zijn broer, die zeeman is, de kleine vis weet het antwoord niet en de jongen moet het de grote vis vragen. De jongen eet de grote vis met smaak op. De heer wil hem dit betaald zetten en stuurt hem naar de kelder voor wijn, een knecht gaat met hem mee en deze moet de jongen een pak slaag geven. De jongen trekt echter de kurken uit de vaten zodat de wijn wegstroomt en de knecht zijn duimen in de vaten moet steken. De jongen geeft de knecht een pak slaag en vertrekt met twee vaten wijn.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 69-71.

Commentaar

De brutale jongen en de heer & AT 1567C: Asking the Large Fish & VDK 1539A*: Het pak slaag in de wijnkelder

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20