Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Dood konijn terug in het hok

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

BRUN 02105 - The Hare Dryer    BRUN 02105 - The Hare Dryer   

Beschrijving

The Hare Dryer

Tekst

Een hond komt thuis met een besmeurd, dood konijn in zijn bek. De eigenaar van de hond herkent tot zijn schrik het konijn van zijn buren. Hij denkt dat zijn hond het beestje heeft doodgebeten.
De man maakt het konijn met een sopje schoon en föhnt de vacht. 's Avonds legt hij het beestje terug in zijn hok, bij de buren. Hij hoopt dat de buren zullen denken dat hun huisdier een natuurlijke dood is gestorven.
Korte tijd later komt de buurman vertellen wat hem overkomen is: hun konijn was overleden en ze hadden het in de tuin begraven. Een paar dagen later lag het beestje weer in zijn hok.

De laatste jaren is er in de wereld van verhalen vertellen een nieuw vertellers-genre ontstaan. Er is een modernere, kortere, snellere opvolger van de klassieke sprookjes en legenden ontstaan. De verstedelijkte samenleving kent haar eigen folklore. Er worden boeiende, fictionele, maar plausibele verhalen verteld. Ze zijn altijd door een vriend van een vriend beleefd (FOAF = Friend of a Friend) en daarom natuurlijk zeker waar gebeurd. Maar ook door de moderne, eigentijdse omstandigheden en gebruiksvoorwerpen (props) lijken deze verhalen waarheid te zijn. Het kan echter ook voorkomen dat een verhaal een kern van waarheid bevat, en de rest er omheen is gebouwd.
De wetenschap, die zulke verhalen bestudeert is nog heel jong. Er is dan ook nog niet een standaardnaam voor deze verhalen. Er wordt naar verwezen met onder andere de termen: 'urban legends', 'moderne stadssagen', broodje-aap-verhalen (zie de uitgave van door E. Portnoy verzamelde verhalen: Broodje aap. De folklore van de post-industriële samenleving).

Het verhaaltje dat hierboven staat beschreven is een voorbeeld van zo'n urban legend. Als luisteraar kun je je voorstellen dat zoiets gebeurt, maar het is vrij onwaarschijnlijk. Toch wordt het keer op keer doorverteld, waarbij het duidelijk is, dat het wordt verteld alsof het een vriend van een vriend zelf is overkomen.
Aan een overzicht van de verspreiding van dit verhaal is namelijk te zien dat verschillende details aan de eigen omgeving worden aangepast. Bijvoorbeeld de naam van de baas van de hond, of de staat/stad, waarin het gebeurd is.

In Nederland is het verhaal van het 'konijn van de buren' opgenomen in de verzameling De wraak van de kangoeroe van Peter Burger. Het vindt plaats in een villawijk in het Gooi. Een man ziet zijn hond thuiskomen met een besmeurd en bebloed konijn en ziet dat het het konijn van zijn buren is. Hij wast en föhnt het beestje en zet het terug in zijn hok. Even later komen de buren thuis en de man hoort een harde gil. De buurvrouw komt vertellen dat er een maniak rondloopt, die met hen een grap heeft uitgehaald. Gisteren hadden zij hun dode konijn begraven, en nu...
Peter Burger hoorde dit verhaal in 1990 op een vertelfestival, van Willem de Ridder. Hij zegt verder dat het al in 1988 in Amerika, Engeland en Australië bekend was. In Nederland werd het verwerkt in de televisieserie Zeg eens AAA.
Verder vermeldt Burger een variant van het verhaal, dat in Portugal is gehoord (Arie Pos, oktober 1991). Hier is sprake van drie mannen, die bij een buurvrouw van een van hen aan het schilderen zijn. De buurvrouw zelf is boodschappen gaan doen. Halverwege het karwei loopt een van de schilders de keuken in en vindt daar de kanarie dood in zijn kooi. De schilders gaan ervan uit dat het beestje in de verfdampen is gestikt. Snel zorgen zij voor een nieuwe kanarie, die hopelijk in de kooi zit, voordat de buurvrouw thuiskomt. Maar als de schilders met de nieuwe kanarie binnen komen, komt daar ook de buurvrouw aan, die zelf ook net een nieuwe kanarie heeft gekocht.

In Duitsland is het verhaal opgetekend in Die Spinne in der Yucca-Palme van Rolf Wilhelm Brednich. Hier vindt de gebeurtenis plaats bij twee jonge mensen uit Ehlen, wat vlak bij Kassel ligt. In de winter van 1988 krijgen zij bezoek van een bevriend echtpaar, met hun hond. Terwijl ze gaan kaarten sturen ze de hond naar buiten. Een tijdje later komt het beest weer naar binnen, helemaal onder de modder en met een dood konijn in zijn bek. Het konijn van de buren wordt herkend. In een beschonken toestand wordt het konijn gewassen en geföhnt. Vervolgens leggen ze het beestje terug in zijn hok. De volgende dag komt het jonge echtpaar hun buren tegen. Deze vertellen dat hen iets zeldzaams is overkomen. Drie dagen geleden hadden ze hun konijn begraven en vanmorgen lag het beestje, helemaal schoon, weer in zijn hok.
Dit verhaal werd, in 1989, door een vrouw verteld, die het van haar man had gehoord, die beweerde dat het bij vrienden van een collega echt gebeurd was. Een typisch voorbeeld van een FOAF-tale dus.
Januari 1989 werd dit verhaal, mondeling, in de buurt van Kassel verspreid. Er duiken rond deze tijd ook varianten op in de pers. De Frankfurter Rundschau (31-1-1989) drukt een verhaal af, dat erg veel op het bovenstaande verhaal lijkt. Alleen in dit geval gaat het om een jachthond en moet zijn baas alles alleen oplossen. Wel vindt het voorval in dezelfde streek plaats. In het Göttinger Tageblatt (28/29-1-1989) vindt het in Noord-Duitsland plaats; en gaat het niet om een dood konijn, maar zowaar om een bok.

In Amerika ten slotte is Jan Harold Brunvand degene die het verhaal heeft geregistreerd, in zijn verzameling Curses! Broiled again! Hij geeft een opsomming van de verspreiding van het verhaal en geeft de meestvoorkomende versie. In deze versie is het een vrouw, die haar hond met een dood konijn in zijn bek ziet. Ze herkent het konijn van haar buren. Ze pakt het beestje van haar hond af en wast en föhnt het zo goed als ze kan. Dan brengt ze het konijn terug naar zijn hok, waar ze het zo drapeert dat het lijkt te leven. De volgende dag ziet ze een politiewagen bij haar buren voor de deur. Nieuwsgierig gaat ze vragen wat er aan de hand is. De agent vertelt dat de buren hen gebeld hebben omdat het konijn van deze mensen gisteren was overleden en dat een of andere gek het opgegraven heeft en terug in de kooi heeft gezet.
Brunvand heeft aan dit verhaaltype (BRUN 02105) de naam The hare drier gegeven. Hij hoorde het voor het eerst in april 1988. In juli nam hij het op in een column. Daarna kwam hij het verhaal steeds meer tegen. Hij verzamelt de verschillende versies en constateert dat er verschil in details zit, waardoor er verschillende varianten ontstaan.
Zo kan bijvoorbeeld het ras van de hond verschillen, en de relatie tussen de buren. In een enkel geval komt de hond niet met een konijn, maar met een kat in zijn bek binnen. Ten slotte, zoals hierboven duidelijk blijkt, is de plaats waar het voorval zich afspeelt steeds verschillend. Meestal speelt de politie niet mee, maar ontmoeten de buren elkaar op straat of over de heg. Wat alle verhalen wel gemeen hebben is dat het konijn wordt gewassen en geföhnd.
Brunvand geeft een overzicht van waar hij het verhaal allemaal is tegengekomen. Hij begint met de eerste brief, die hij erover kreeg, in april 1988. Verschillende mensen sturen Brunvand brieven met het verhaal erin, dat ze van kennissen en dergelijke hebben gehoord. Alle vertellers beweerden dat het verhaal waar gebeurd was.
Maar er komen ook krantenknipsels binnen. De eerste gedrukte versie, die Brunvand onder ogen kwam, kwam uit de Charleston Gazette (West Virginia) van 12-5-1988. Het stond in een column van James Dent, die het via zijn vrouw van een vriend van een vriend had gehoord. Het verhaal verschijnt ook in andere kranten: Ohio, Chicago, Dallas, St. Louis, Texas, San Francisco, Seattle en Ohio.
Ook krijgt Brunvand twee brieven uit Engeland toegestuurd, waar het verhaal in mei 1988 werd verteld. De ene brief vertelt het verhaal zoals Brunvand het al kent. De andere vertelt over een dode kat in plaats van het konijn. De eigenaars van de hond namen de kat mee naar de dierenarts, waar blijkt dat het beestje dood is. Zij laten het huisdier van hun buren daar achter. Het kost ze een rekening van de dierenarts en een bon voor te snel rijden. Hun buren vragen zich af wie het graf van hun huisdier heeft beroofd.
Aan het eind van de zomer heeft het verhaal ook Australië bereikt. Columnist Jon Carroll doet in de San Francisco Chronicle van 25-8-1988, verslag van een artikel uit een krant uit Sydney. In deze versie is, naast het Australische taalgebruik, opvallend dat de buurman vertelt dat hij het konijn stiekem had begraven om zijn kind niet van streek te maken. Wat hem op was gevallen, was dat het konijn er donziger en netter uitzag, dan voor hij het begraven had.

Wat dichter bij huis, in de Volksverhalenbank van het Meertensinstituut, staan meerdere versies van het type BRUN 02105 opgenomen. Een meerderheid van die verhalen komt overeen met het meest vernomen verhaal, zoals Brunvand dat omschrijft. Een hond komt thuis (en wordt één keer gevonden) met een konijn in zijn bek. De eigenaars zijn soms een man en soms een echtpaar. Allen herkennen het konijn van de buren; en de meesten wassen en föhnen het. Het konijn wordt terug in het hok gelegd en in meerdere versies is daarbij sprake van de hoop op de gedachte, van de buren, aan een natuurlijke dood.
In een versie, uit 1996, komt de eigenaar van de hond de volgende dag de buurman tegen, die hem weet te vertellen dat zijn konijn door iemand gewassen en geföhnd, terug in het hok was gelegd. "Wat een vreemde mensen heb je hier toch." In een andere versie, uit 1990 door Willem de Ridder, horen de eigenaren van de hond de buren thuiskomen en volgt even later een harde gil. Dan komt de buurvrouw aan de deur om te vertellen wat er gebeurd is: "Er loopt hier een maniak rond die een zieke grap met ons heeft uitgehaald. Ons konijn was gisteren doodgegaan. We hadden het in de tuin begraven en nu..." En een versie, uit 1998, waarin de eigenaar van de hond een paar dagen later zijn buurman op straat tegenkomt, die vertelt: "Weet je wat eng is? Een paar dagen geleden is ons konijn gestorven en heb ik hem in de tuin begraven en wat denk je? De volgende ochtend lag hij weer in zijn hok!!!"
Andere versies uit de Volksverhalenbank wijken af van deze verhaallijn. De ene versie is het verhaal over de kanarie, uit het boek van Peter Burger. Een andere versie is een literaire bewerking van het verhaal, uit: Dagboek van een moordkat, door Anne Fine. In dit verhaal is er geen sprake van een hond, maar van een kat, die met een dood konijn thuiskomt. Na een uur worstelen heeft de kat het opgegraven konijn door het kattenluik gekregen. Kloppie (het konijn van de buren) was een van de beste vrienden van de kat. Maar nu is hij dood. De familie verzint iets om ruzie met de buren te voorkomen. Kloppie ziet er besmeurd uit, dus wassen en föhnen ze hem. Als het plan ontstaat om Kloppie terug in zijn hok te gaan leggen, wil de kat graag uitleggen dat Kloppie al dood was, maar hij is maar een kat. 's Avonds laat gaat de vader van de familie het konijn terug in zijn hok leggen, in een houding alsof het beestje nog leefde. Een dag later, in een gesprek met de buurvrouw, komt de familie erachter dat Kloppie een paar dagen eerder was overleden en begraven, dat hij toen verdwenen was en de dag daarna weer schoon en donzig in zijn hok zat!

Waarom wordt dit verhaal over het konijn van de buren nu zo veelvuldig doorverteld? Peter Burger geeft een aantal redenen voor het doorvertellen van urban legends. Ten eerste hoort iedereen graag een goed verhaal. Urban legends zijn per definitie een goed verhaal, zegt Burger, ze zijn spannend of grappig en hebben een verrassend einde.
Daarnaast hebben urban legends de mogelijkheid zich aan te passen aan de omstandigheden, waarin ze verteld worden. Denk hierbij bijvoorbeeld dat het verhaal over het konijn van de buren zich net zo makkelijk in een villawijk in het Gooi als bij een jong echtpaar uit Ehlen kan afspelen.
Het doorvertellen van urban legends lijkt op het doorvertellen van geruchten. Ze kunnen dienst doen als collectief antwoord op een onzekere situatie. Ze bevredigen dan de behoefte aan duidelijkheid en geven informatie. Dat deze informatie niet op waarheid berust, weten vaak zowel de verteller als de luisteraar niet.
Ten slotte is het vertellen van een urban legend een uitlaatklep voor allerlei angsten; voor gevoelens die niet op een andere maatschappelijk aanvaardbare manier kunnen worden geuit. Daarom zie je, bijvoorbeeld, in veel urban legends vreemde praktijken in winkels of restaurants gebeuren, waarvan de eigenaar een buitenlander is.
The hare drier is ook een uitlaatklep voor angsten. Het verhaal verwoordt botsende interpretaties van de werkelijkheid. De eigenaren van de hond zien hun huisdier met een dood konijn in zijn bek, en denken dat hun hond het konijn heeft gedood. Dit misverstand wordt, goedbedoeld, alleen maar verergerd: zij sluipen de tuin van de buren in en leggen het dode konijn (schoon) terug in zijn hok, in plaats van bij de buren aan te bellen en het voorval uit te leggen. Zij hebben namelijk schuldgevoelens en willen ook geen ruzie met de buren, met wie zij een goede relatie onderhouden. De eigenaar van de hond leidt zijn buren om de tuin, door het konijn terug in het hok te stoppen, om de goede verstandhouding te kunnen bewaren.
Deze daad wordt, op zijn beurt, door de buren verkeerd geïnterpreteerd. Hun overleden konijn is opgegraven en ligt weer in zijn hok. Is dat het werk van een maniak? Of zijn het mafia-achtige praktijken en is het dode dier een bedreiging of waarschuwing?
De angst, zoals hierboven beschreven, lijkt te bestaan uit (de angst voor ) miscommunicatie, die voortkomt uit verkeerde interpretaties, van beide kanten. Miscommunicatie leidt tot sociale pijnlijkheden, terwijl de mens doorgaans naar harmonie streeft.

Literatuur

Bernauw 1995; Brednich 1990; Brunvand 1981, 1986 en 1990; Burger 1992, Fine 1995, Top 1984 en 1990.