Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Geschenk van de heks

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

SINSAG 0586 - Von Hexe empfangene Äpfel verwandeln sich in Kröten    SINSAG 0586 - Von Hexe empfangene Äpfel verwandeln sich in Kröten   

Beschrijving

Von Hexe empfangene Äpfel verwandeln sich in Kröten

Tekst

De heksenappel In een der gehuchten van Wittem woonde een heks. Zij was er maar op uit, om kinderen dingen te geven, die hen slecht bekwamen. De ouders van een zeker kind hadden dit uit angst voor een kwade hand, ingeprent nooit iets aan te nemen van anderen, noch van bekenden, noch van vreemden. Eens, dat het kind speelde voor de deur van het ouderlijk huis, kwam de oude heks aan. Zij droeg een korfje onder den arm. Toen zij bij het kind kwam, riep zij het en gaf het uit haar mandje een mooien, dikken appel. Het kind was er erg blij mee en sprong er mee naar huis, waar het den appel aan zijn ouders liet zien. "Van wie hebt je dien appel gekregen?" vroeg de vader. "Ik heb je nog zoo verboden iets aan te nemen!" "Van die en die vrouw heb ik hem", antwoordde het kind. "Dan hier ermee!" riep de vader boos en zette de appel op den schoorsteenmantel. Negen dagen later, toen de ouders en het kind juist aan tafel zaten, barstte de appel op den schoorsteenmantel met een knal uiteen en kroop er een groote pad uit. De vader begreep wel, wat daarachter zat. Hij sprong van zijn stoel, greep vlug de appel en pad en wierp beiden in het vuur. Nauwelijks lag de pad in het vuur of de heks, die dien appel aan het kind gaf, stond voor het huis op de huisdeur te bonzen en probeerde uit alle macht om binnen te komen, terwijl zij maar aldoor schreeuwde: "Houdt op! Houdt op! Haalt mij uit het vuur! Ik verbrand! Ik verbrand!" "Als je dan verbrandt", riep de vader woest, "verbrandt dan maar tot polver! (=poeder)" Toen de pad geheel verbrand was, hield de heks op met schreeuwen. De man, die niets meer hoorde, opende de deur en vond op den drempel het verkoolde lichaam van het wijf. (Uit: Pierre Kemp - Limburgs sagenboek. Maastricht 1925, p.154-155) Niet alleen Adam, Eva en Sneeuwwitje kwamen er slecht van af na het eten van een appel. Ook uit verschillende Nederlandse (en Vlaamse) sagen blijkt dat een appel of een ander geschenk van een heks niet te vertrouwen is. Heksen hebben in de geschiedenis steeds een ambivalente rol gespeeld. Vrouwen met speciale gaven of krachten werden verafgood dan wel verguisd, met als historisch dieptepunt de heksenvervolgingen in de 16e en 17e eeuw. De verslagen van een aantal processen tegen heksen zijn een waardevolle bron van informatie gebleken bij het onderzoek naar volksverhalen(-motieven). Toverijgevallen die niet tot een proces of een vermaning leidden zijn echter nauwelijks overgeleverd. Het laatste in verbranding eindigende proces in Nederland vond plaats in 1591, daarna zijn er voor zover bekend geen doodvonnissen naar aanleiding van hekserij ten uitvoer gebracht. Er bestaan -naast de verslagen van beschuldigingen- ook verslagen van smaadprocessen. Hierbij werd doorgaans iemand uitgescholden voor heks of toveres, waarna de scheldende partij werd aangeklaagd door de verdachte wegens smaad of laster. Zulke processtukken bevatten de voor het volksverhalenonderzoek belangrijke informatie wat betreft de aanklacht: zo kan bijvoorbeeld de leeftijd van sagenmotieven enigszins worden vastgesteld. Wat betreft de beeldvorming van de heks zijn er twee typen te onderscheiden: de klassieke 'Hans en Grietje-heks' en de 'gewone' mensen die kunnen heksen. Dit konden ook jonge vrouwen zijn zoals boerinnen of de vrouw van de molenaar of van de schipper. Zolang ze maar afwijkend gedrag vertoonden en al verdacht waren, was het eigenlijk wachten op de passende tegenslag om tot een beschuldiging te komen. De beide types verschillen met name van uiterlijk: de 'archetypische' heks is oud en lelijk, heeft een haakneus en loopt met een kromme rug en een stok, stinkt en heeft wratten en bulten op het hoofd. De jonge heks heeft natuurlijk nog geen van deze ouderdomskwaaltjes, maar is toch minstens raar. Een vrouw die als heks bekend stond, boezemde in ieder geval angst in. Dit is niet verwonderlijk, gezien het feit dat men meende dat zij mensen met één blik ziek kon maken of doden (het zogenaamde 'boze oog'). Er zijn, naast de uiterlijke kenmerken, een aantal in het oog springende verschillen tussen een heks en een tovenaar. Een heks is een vrouw, een tovenaar een man. De tovenaar heeft vaker een gezin dan een heks. Heksen en tovenaars vertonen wel allebei afwijkend gedrag. De tovenaar lijkt er echter meer op uit te zijn om de wereld zijn opmerkelijke gaven te tonen, dan echt om 'zwarte magie' te bedrijven zoals de heks dat doet. De tovenaar is er, in tegenstellling tot de heks, niet primair op uit zijn medemens kwaad te doen. Verhaalonderzoeker Ton Dekker beschrijft dat uit verschillende sagen is op te maken dat heksen vanuit een soort innerlijke boosheid mensen - bij voorkeur kinderen - betoveren, terwijl tovenaars eerder handelen uit wraak, bijvoorbeeld naar aanleiding van een belediging. Tovenaars lijken ook een voorkeur te hebben voor dieren of volwassenen. Bovendien wordt een tovenaar geacht bewust een verbond met de duivel te hebben gesloten, voor een heks is dit eerder uitzondering dan regel. Het Meertens Instituut in Amsterdam heeft in de jaren 1962-1977 onderzoek gedaan naar volkverhalen met als doel een beeld te krijgen van de regionale verspreiding van sagenmotieven in Nederland. Van de 32.000 indertijd verzamelde verhalen waren er circa 6000 die vielen onder de noemer 'toverijsagen', waarvan weer een aantal 'het geschenk van de heks' tot onderwerp hadden. Deze bevinden zich in het archief van het Meertens Instituut en in de Volksverhalenbank en zijn nog niet geheel ontsloten. In de Volksverhalencatalogus van J.R.W. Sinninghe zijn twee nummers toegekend aan de sagentypen die met geschenken van heksen te maken hebben: nummer 504 (Das betrügerische Geschenk: kostbares Geschenk erweist sich als völlig wertlos) en 586 (Von Hexe emfangene Äpfel verwandeln sich in Kröten). De zestien sagen die hij vermeldt zijn uit heel Nederland afkomstig, met een kleine meerderheid uit het zuiden. Verder zijn de verhalen uit de collectie van het Meertens Instituut overwegend afkomstig uit Friesland; dit zegt echter meer over de bedrijvigheid van de verzamelaars dan over de werkelijke spreiding van het materiaal. Ook in het noorden van Duitsland, rond Oldenburg, komen een aantal verhalen voor die dezelfde elementen bevatten als de Nederlandse: heksen geven appels aan kinderen of volwassenen met de bedoeling ze ziek te maken. De appel (of ander fruit) verandert na verloop van tijd in een pad, en had dus in iemand z'n lichaam terecht kunnen komen. Het Middelnederlandse handschrift-van Hulthem (ca. 1410) bevat een tekst waarin twee vrouwen een derde in elkaar slaan omdat ze haar ervan verdachten een heks te zijn. Zij zou hun koeien ziek hebben getoverd en hun melk hebben gestolen om boter van de maken. Deze vorm van toverij staat ook bekend als 'molkentoveren'. Alhoewel hier geen sprake is van een geschenk, is het toch de moeite waard deze tekst te vermelden als bewijs dat er ook in de Middeleeuwse volkscultuur en -literatuur over heksen en toverijgeloof gesproken wordt. Pas in de 19e eeuw kreeg dit stuk echter de titel 'Die Hexe'. De oudst bekende betichting van ziekmakende toverij van een heks door middel van een appel stamt uit 1596; dit is een opvallend vroege vondst. Priester en Barske vermelden deze beschuldiging in hun verslag van het onderzoek naar Groningse toverij-processen. Uit de beschuldiging blijkt dat het dochtertje van de predikant van Bijham (Westerwolde) zou zijn gestorven nadat ze van een van hekserij verdachte vrouw een (vergiftigde) appel had ontvangen. Een recentere vermelding van het thema vinden we bijvoorbeeld op 12 september en op 11 en 14 oktober van het jaar 1749. Toen werd een zaak behandeld door het gericht van de heerlijkheid Almelo, naar aanleiding van een beschuldiging van hekserij. De ernstige ziekte van één van de personen zou veroorzaakt zijn door de vier appels die hij van de plaatselijke vroedvrouw had gekregen (vroedvrouwen stonden, met hun macht over leven en dood, wel vaker onder de verdenking heks te zijn). Vanaf het eind van de 19e eeuw wordt het aantal bekende sagen, waarin een ziekmakend of waardeloos geschenk een prominente rol speelt, steeds groter. Deze toename wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een tweeledige tendens: er was niet alleen bij een groot publiek een hernieuwde interesse in de volkscultuur ontstaan, maar door de opkomst van transport en media kon de volkscultuur zich ook op zijn beurt verspreiden en vermenigvuldigen. In de volksverhalen die vallen onder de noemer 'het geschenk van de heks' komen we in eerste instantie de volgende eetbare geschenken tegen: appels of peren, snoepjes en suikerballen die in dikke padden of in haarballen veranderen. Tot het corpus behoren echter ook enkele sagen waarin het geschenk niet een appel of een andere versnapering is, maar waar de gift bestaat uit goudstukken, zilveren guldens of ander geld. Ook kostbare voorwerpen zoals muziekinstrumenten (waldhoorn) of serviesgoed (bekers) worden aan de nietsvermoedende voorbijgangers aangeboden. De wandelaars komen vaak 's avonds laat terug van het dorp en stuiten onderweg plotseling op een groep dansende mensen, fraai gekleed en uitgedost, of een groep dansende en zingende katten. De toeschouwer verzoekt de mensen hem in hun weelde te laten delen, en krijgt een zak met geld of een waardevol voorwerp. Hun hebberigheid slaat echter meestal snel om in teleurstelling als blijkt dat het geld in wortelschijven, beukebladeren of in rook is veranderd. De kostbare waldhoorn heeft zich bij thuiskomst ontpopt als een oude kat en de beker als een vieze paardenpoot. Het lijkt wel of deze 'van waardevol naar waardeloos geschenk'-sagen tot doel hebben de mens af te wenden van al te veel hang naar het materiële, aangezien de ontvangers van het waardeloze geschenk er uiteindelijk niet op vooruit gaan. Ook klinkt een duidelijke waarschuwing op te passen van wie je iets aanneemt: sommige mensen deugen niet, dus hun geschenken zullen ook wel niet deugen. Verschillende sagen melden dan ook dat ouders hun kinderen met klem op het hart drukken niets van vreemden aan te nemen. Andere sagen zijn zelf een algemene wijze raad om niets van vreemde (oude) vrouwen aan te nemen. Degene die de behekste appel toch op had gegeten, kon in ieder geval rekenen op heftige maagkrampen, veroorzaakt door de in padden of slangen veranderde appel. In een ander geval bleek de betoverde patiënt zelfs mollen te braken. Ook bestaat er kans op keelpijn en benauwdheid wanneer er zo'n amfibie in de hals bleef steken of weer uit de maag naar buiten wilde. In het volksgeloof bestaan er verschillende theorieën over padden: het zijn duivelse dieren; ze zouden een heks in gedaantewisseling zijn; padden zouden heel erg giftig zijn of juist een sterke geneeskrachtige werking hebben. In de middeleeuwen zocht men naar de zeldzame paddensteen die in de kop van padden zou voorkomen en die, als amulet gedragen, bescherming zou bieden tegen ongeluk, ziekte en toverij. Volgens Ton Lemaire wordt de pad ook in een groot gedeelte van de wereld in verband gebracht met de nacht, met regen en vocht, met de donder en met de maan. Al werd het geschenk niet genuttigd, het alleen al in huis hebben van een heksen-appel kon ziekte veroorzaken. Vaak werd de diagnose 'ziekte door betovering' nog versterkt door de vondst van verenkransen in het kussen van de zieke. Deze kransen werden ontdekt door het kussen van de zieke open te knippen, bijvoorbeeld op aanraden van een duivelbanner. Twintigste-eeuws onderzoek hiernaar heeft echter uitgewezen dat de kransen zich vormden onder invloed van slechte hygiëne en statische electriciteit, waardoor de veren en draadjes aan elkaar koekten en door de ronde vorm van het hoofd een krans vormden. Bij geld en goudstukken wordt de betovering meestal vanzelf verbroken, terwijl de ontvanger naar huis snelt om zijn buit goed te verstoppen. Als hij onderweg even wil gluren naar zijn nieuwe rijkdom, blijkt dit al vergaan te zijn. Maar ook het noemen van de naam des Heren of een heilige is een goede methode om heksen en andere met de duivel heulende wezens terstond te laten verdwijnen, met medeneming van hun kostbare geschenken. Om de betovering van zieken te verbreken worden vaak duivelbanners aangesproken, mannen die er in de verre omtrek om bekend stonden om op bovennatuurlijke wijze te kunnen genezen en heksen aan te kunnen wijzen. De ouders van een ziek kind kregen van hem allerhande middeltjes en adviezen om de heks te vernietigen en de betovering te verbreken. Gelukkig wordt consumptie meestal voorkomen en is er altijd wel een vader of moeder in de buurt om het geschenk af te pakken en weg te leggen. Zodoende kan de ontvanger zien wat er gebeurd zou zijn als hij/zij de appel (of andere etenswaar als snoepgoed, koek en gebak) had opgegeten. Wanneer het geschenk een appel is, wordt deze op verschillende plaatsen bewaard: buiten, begraven in een afgesloten pot of een pannetje; of binnenshuis in een pot in de kast met een bord erop of op de schouw bij de haard. Meestal veranderen appels binnen een nacht of een paar dagen in padden of, in sommige gevallen, in haarballen. Eénmaal werd een verhaal aangetroffen van een appel die in een hoopje poep veranderde, maar deze bizarre metamorfose lijkt op zichzelf te staan. Toch geldt in het algemeen bij heksen: voorkomen is beter dan genezen. Men kan bijvoorbeeld een betovering voorkomen door van alles wat je aan eten en drinken aangeboden krijgt, een stukje of een scheutje op de grond te werpen. Is de betovering al geschied, dan is het verbranden van de appel, de pad of veren kransen uit het kussen een probaat middel. Hierbij moet er -volgens een zekere theorie- wel voor worden opgepast dat alle kieren en gaten van het huis zijn dichtgemaakt. Anders zou de ziel van de heks, die zich in de pad en/of de appel bevindt, kunnen ontsnappen en zal de heks niet gewond raken of sterven (en wordt de betovering niet verbroken). Een voorbeeld van een medicijn tegen betovering is het drinken van paarden-urine bij door 'levende' appels veroorzaakte maagkrampen. Bij deze doeltreffende remedie wordt gelukkig vermeld dat de patiënten het allemaal overleefd hebben. Minder omslachtige methoden om eventuele betoveringen teniet te doen voorzagen in het door de heks te laten zeggen van Gods naam, of een zegening. Het verhaal wordt meestal verteld door een ander dan degene die met de heks geconfronteerd is. De ontvanger van het geschenk is vaak één van de grootouders van de verteller, die het gebeurde meemaakte in zijn of haar vroege jeugd. Als gevolg hiervan is het bijna onmogelijk na te gaan in hoeverre de behandelde sagen een realistische weergave van de werkelijkheid zijn. Al wordt er in de verhalen vaak een koppeling gemaakt tussen plotselinge ziekte of sterfte als gevolg van falende reguliere geneeskunde -of andere onverklaarbare tegenslag- en toverij, wil dit toch niet zeggen dat alle gevallen van die aard systematisch als toverij werden opgevat. De Blécourt ziet geen enkele reden om aan te nemen dat collectieve calamiteiten aan betoveringen werden toegeschreven; betoveringen troffen juist individuen en individuele calamiteiten. Maar zodra een persoon als toveres of heks werd benoemd, was er geen twijfel meer ten aanzien van de betovering. Het toverijgeloof is niet simpelweg te bevatten als een instrument waarmee de mens zijn belevingswereld probeert te verklaren en te begrijpen. Het is ook een middel om sociale verhoudingen in een kleine gemeenschap te benadrukken en om onvrede of irritatie jegens de medemens te uiten. Onderzoek naar de sociale functie van het geschenk en de posities van de gever en de ontvanger, zoals van M. Lüthi of van A. Komter, probeert hier vanuit verschillende disciplines een licht op te werpen. Tegenwoordig wordt er nauwelijks meer over toverij gesproken of aan toverij geloofd, behalve in sagen en volksverhalen. Met de toegenomen kennis van natuur en wetenschap, het erkennen van het nut van hygiëne en de enorme vooruitgang van de reguliere geneeskunde is het aantal onverklaarbare ziekte- en sterftegevallen tenslotte bijna tot nul gereduceerd.

Literatuur

Teksten: Brief van J. Sanders, Den Dungen 16 januari 1975 aan W.H.Th. Knippenberg, 's-Hertogenbosch (archief Meertens Instituut, Amsterdam); Collectie Boekenoogen, archief Meertens Instituut; Collectie Jaarsma (verslag 8:15, 10:11, 24:4, 28:6, 28:9, 77:1), archief Meertens Instituut; Dijkstra 1895-1869, deel 2; Huizenga-Onnekes & Ter Laan 1930; Kemp 1925; Leendertz 1907; Meder 2001a; Van der Molen 1940 (deel 2); Poortinga 1979; Sinninghe 1933b; Sinninghe 1936; Sinninghe 1938b; Strackerjan 1909, deel 1; Van der Wall Perné 1932, deel 1; Volkskundevragenlijst nr. 17 (1953), formulier I.70 en nr. 21 (1957), formulier G.1406.
Studies: Van den Berg 1994; De Blécourt 1990; De Blécourt & Gijswijt-Hofstra 1986; EM 6, kol.960-992; Gerbenzon 1985; Gijswijt-Hofstra & Frijhoff 1987; HDA deel 1, 3 en 5; Komter 1996; Lemaire 1995; Lüthi 1943; Pellaerts & Geentjes 1986; Priester & Barske 1986; Schlüter 1991; Sinninghe 1943a, p. 84 en 88; Verwijs & Verdam 1885-1952; Vromans 1992.